Nederlandse start-ups vechten tegen voedselverspilling

voedselverspilling

Consumenten in Nederland verspillen ruim 700 miljoen kilo voedsel per jaar. Start-ups als Stocklife en Instock willen die voedselverspilling tegengaan. Het weggooien van eten is namelijk niet alleen verspilling van geld of het product zelf, ook de energie die in de teelt, verpakking, koeling en bereiding van voedsel is gestoken, gaat verloren.

Door Marysa Vos

Voedselverspilling is een issue in de gehele voedselketen, van boer tot consument. In de afgelopen jaren zijn we als consument gewend geraakt aan de uniforme schappen met perfect groente en fruit in overvloed. Overschotten en het afwijkende uiterlijk van sommig groente en fruit maken dat 39 procent van ons voedsel al wordt verspild bij de teler. Specifieke EU-handelsnormen en aanvullende kwaliteitseisen van retailers zorgen er namelijk voor dat telers groente en fruit met een afwijkend formaat, imperfecte vorm of met een beschadiging niet kwijtraken aan afnemers.

Van het voedsel dat wél in de schappen belandt, wordt 5 procent verspild doordat vraag en aanbod niet goed op elkaar zijn afgestemd. Ieder verkopend bedrijf heeft namelijk last van oude voorraden of producten waarvan de houdbaarheidsdatum in zicht komt, ook wel dode voorraden genoemd. Stocklife, een soort marktplaats voor de B2B-markt, wil verspilling elimineren door aanbieders en kopers van producten te koppelen. Via haar veilingplatform geeft de start-up bedrijven de mogelijkheid langer houdbare voedselproducten zoals Lipton IceTea of Haribo-snoep te koop aan te bieden. Daarmee brengt Stocklife oude producten of dode voorraden weer tot leven, ook wel de ‘blue way’ genoemd (no waste).

Meeste voedselverspilling bij consument

Het deel in de keten waar de meeste voedselverspilling plaatsvindt, is bij de consument. Gemiddeld verspilt een huishouden jaarlijks 105 kilo aan bruikbaar voedsel, gelijk aan 42 procent van de verspilling in de hele voedselketen. Om de consument bewust te maken van het probleem zet start-up Instock voedselverspilling letterlijk op de kaart. Dit doet het bedrijf door in zijn restaurants te koken met producten die anders zouden worden verspild. Bij plaatselijke producenten haalt Instock de onverkochte producten op. Groente en fruit met een schoonheidsfoutje bijvoorbeeld, of brood van een dag oud. Of simpelweg omdat er een overschot is.

Naast producenten, retailers en consumenten heeft de horeca ook een aandeel in het – onnodig – verspilde voedsel in de keten. Zo gaat in de Nederlandse horeca maar liefst 15 procent van het voedsel verloren. Met InstockMarket.nl wil Instock overschotten en imperfecte producten verbinden aan de horeca. Via het food rescue center wordt het voedsel verzameld, gecontroleerd en online geplaatst. Via InstockMarket.nl kan de horeca dagelijks inzien wat er in Nederland voorhanden is en een nieuwe bestemming geven aan de producten.

De oprichters van Instock – Selma Seddik, Freke van Nimwegen en Bart Roetert (foto, vlnr) – leerden elkaar overigens kennen bij de Albert Heijn waar ze dagelijks werden geconfronteerd met voedselverspilling. Samen besloten ze een plan te maken om dit tegen te gaan. Inmiddels hebben ze bijna 700.000 kilo voedsel gered.