Verdwijning btw-vrijstelling vraagt om standaardisatie in pakketvervoer

btw

Consumenten moeten vanaf 1 juli 2021 btw betalen op al hun online aankopen, óók als die afkomstig zijn uit landen buiten de Europese Unie. Op dat moment verdwijnt de btw-vrijstelling voor ingevoerde producten met een waarde tot 22 euro. Gevolg is dat het enorme aantal pakketten dat nu nog als ongecodeerd poststuk de EU binnenkomt, straks moet worden aangegeven bij de douane. De onafhankelijke standaardisatieorganisatie GS1 pleit voor het gebruik van standaarden om dit proces te stroomlijnen en verstoringen in het bezorgproces te voorkomen.

Consumenten die nu een T-shirt, telefoonhoesje of leesbril rechtstreeks bij een webshop in China bestellen, hoeven geen btw te betalen als de waarde onder de 22 euro blijft. Dat leidt tot een ongelijk speelveld tussen ondernemers binnen en buiten de EU. Om daaraan een einde te maken, heeft de Europese Commissie de btw-heffing op grensoverschrijdende internetverkopen gemoderniseerd. Vanaf 1 juli 2021 moet het btw-percentage worden toegepast op aankopen ‘vanaf 0 euro’, wat betekent dat de meeste pakketten uit landen buiten de EU minstens 21 procent duurder worden.

‘Deze wijziging heeft grote gevolgen voor marktplaatsen en verkopers buiten de EU en hun vervoerders. Zij moeten straks grote hoeveelheden pakketten kunnen identificeren die zij tot nu toe als (niet-identificeerbare) post verzenden. Zij zullen hun processen en systemen moeten aanpassen om de nieuwe btw-regels te implementeren’, aldus Frits van den Bos, innovatiemanager van GS1 Nederland.

Aangifte btw door klant of vervoerder

In theorie kunnen marktplaatsen de btw-aangifte overlaten aan de klant die de online bestelling heeft geplaatst, maar dat brengt een vlotte doorstroming in gevaar. Als de klant de aangifte en betaling niet tijdig doet of vergeet, wordt het pakket aan de grens tegengehouden.

Een andere optie is uitbesteding van de btw-aangifte aan de pakketvervoerder. Die kan de aangifte en betaling afhandelen bij aflevering van het pakket aan de voordeur. Of de pakketvervoerder regelt dit van tevoren om zeker te zijn dat de btw is betaald voordat het pakket aan de laatste kilometer begint. Van den Bos: ‘De consument krijgt dan te maken met extra kosten: niet alleen de btw maar ook een toeslag voor de afhandeling door de pakketvervoerder. Die kosten kunnen hoger zijn dan de btw zelf, wat voor de klant reden kan zijn om het pakket toch niet in ontvangst te nemen.’

Aangifte door marktplaatsen

Volgens de EU is de marktplaats de meest aangewezen partij om de btw-aangifte te verzorgen. Dat is niet alleen het meest efficiënt, maar ook de klantvriendelijkste route. Marktplaatsen weten wie hun klanten zijn en wat de inhoud van de pakketten en dus de waarde ervan is. Zij kunnen de verschuldigde btw vooraf berekenen en direct innen op het moment van verkoop. Marktplaatsen kunnen bovendien het pakket voorzien van een unieke identificatie in de vorm van een barcode en die koppelen aan de informatie die nodig is voor de btw-aangifte.

Voor btw-aangifte van pakketten met een lage waarde, heeft de EU een nieuwe procedure opgesteld. De marktplaats kan per pakket de bijbehorende dataset sturen naar een Import-One-Stop-Shop (IOSS). Deze partij treedt op als de vertegenwoordiger van de marktplaats en verstuurt de data van alle voor de EU-bestemde pakketten naar de desbetreffende douaneautoriteit, die deze weer deelt met de douaneautoriteiten van de andere landen die pakketten ontvangen. Deze marktplaats betaalt via de IOSS eens per maand het totaal verschuldigde btw-bedrag.

Cruciaal: standaard barcode

Cruciaal in dit proces is de identificatie van de pakketten. Zowel pakketvervoerders als de douaneautoriteiten moeten in staat zijn elk pakket te kunnen koppelen aan de bijbehorende informatie die is verstuurd naar de IOSS. Dat pleit volgens GS1 voor een unieke barcode op basis van wereldwijde standaarden, zoals de GS1 Serial Shipping Container Code. ‘Wij zien dat veel pakketvervoerders hun eigen barcodes gebruiken. Als marktplaatsen maar één pakketvervoerder hanteren of anders de barcodes van verschillende vervoerders gescheiden registreren, zou dat kunnen werken. Maar in een grensoverschrijdende e-commercemarkt blijft dat een suboptimale werkwijze’, aldus Van den Bos.