Fabrikanten willen wel ‘reshoren’, maar vrezen de problemen

reshoring

Maar liefst 60 procent van de bedrijven overweegt om productie terug te halen naar Europa of Noord-Amerika. Dat toont onderzoek van BCI Global en Supply Chain Media aan. Maar reshoring is allesbehalve eenvoudig, blijkt uit de ervaringen van de fabrikanten Qwic (e-bikes) en Newell Brands (consumentenproducten). ‘Na de pandemie zagen we de levertijden oplopen tot 700 dagen.’

Door Marcel te Lindert

Is het tijdperk van wereldwijde, complexe supply chains voorbij? Dat is de vraag van het topmanagement waarop supply chain professionals een antwoord moeten geven. ‘De discussie over reshoring beleefde een opleving toen Donald Trump meteen na zijn aantreden als president van de Verenigde Staten hoge importheffingen oplegde. Door de wereldwijde pandemie is de discussie verder aangewakkerd’, zegt Patrick Haex, managing partner van adviesbureau BCI Global tijdens Webinar Wednesday van Supply Chain Media.

Loskoppelen van China

In de discussie over reshoring gaat het allang niet meer alleen over de supply chain-kosten. Andere thema’s zijn minstens zo belangrijk geworden, zoals de kans op verstoringen, de CO2-footprint en de snelheid van leveren. ‘Misschien spelen geopolitieke overwegingen een rol en moeten we onze supply chains loskoppelen van China. Of misschien moeten we ons intellectueel eigendom beter beschermen’, stelt Haex.

BCI Global en Supply Chain Media ondervroegen in totaal 125 supply chain-leiders uit de hele wereld over reshoring. Maar liefst 60 procent overweegt om binnen drie jaar een deel van de activiteiten terug te halen naar de eigen regio (reshoring) of zelfs naar het eigen land (onshoring). In Europa zijn Tsjechië, Duitsland en Polen in trek als nieuwe productielocatie, in Noord-Amerika gaat het voornamelijk over de Verenigde Staten en Mexico.

Wendbaarheid en flexibiliteit

De tendens naar reshoring kan niet los worden gezien van de wijziging in supply chain-strategie. Die is flink aan verandering onderhevig, blijkt uit het onderzoek. De focus van de meeste bedrijven was tot nu toe vooral gericht op efficiëntie en lage kosten, maar verschuift de komende drie jaar naar wendbaarheid en flexibiliteit. ‘De meeste bedrijven die reshoring overwegen, willen niet alles uit China weghalen’, verklaart Haex. ‘Vaak gaat het maar om een klein deel van het volume. Denk aan klantspecifieke producten of kritieke onderdelen.’

Reshoring is ook gemakkelijker gezegd dan gedaan. 38 procent verwacht dat de economische schaalvoordelen verloren gaan en de operationele kosten oplopen. ‘Denk aan bedrijven die hun producten op één locatie in China laten produceren, maar die nu opeens gaan verdelen over diverse productielocaties in meerdere regio’s. Een andere belangrijke barrière is het ontbreken van een goed leveranciersbestand in de regio. Kun je daar de leveranciers vinden die je nodig hebt? Wat is het nut van reshoring als je in Europa gaat produceren terwijl je leveranciers nog steeds in China zitten?’

Omzetverlies voorkomen

Met die laatste vraag worstelde ook Qwic. De Nederlandse fabrikant van e-bikes besloot al in 2016 om de productie te verplaatsen van China naar Portugal en Bulgarije. ‘Dat had vooral te maken met de antidumpingmaatregelen’, verklaart COO Egemen Tumturk in gesprek met René Buck, CEO van BCI Global. ‘Daarom hebben we het laatste deel van de supply chain, de productie, verplaatst naar Europa. Maar de leveranciers van onderdelen zijn niet meeverhuisd.’

Dat leidde na de uitbraak van Covid-19 tot problemen. Qwic zag de levertijden door de verstoringen in internationale supply chains oplopen tot 700 dagen, wat voor Tumturk volstrekt onacceptabel was. ‘Daarom zijn we eind 2020 begonnen met het verplaatsen van de productie van onderdelen naar Europa. Dat heeft geleid tot een groot concurrentievoordeel. Als we in Europa geen bestand van tweede- en derdelijnsleveranciers hadden opgebouwd, hadden we een omzetverlies van 40 procent geleden. Anders dan andere fietsfabrikanten konden wij blijven leveren aan onze klanten. Dat heeft geleid tot meer vertrouwen en een betere relatie met klanten.’

Focus op totale kosten

Op de vraag van Buck of reshoring heeft geleid tot hogere kosten, antwoordt Tumturk ontkennend. ‘Wij kijken niet alleen naar de kosten van inkoop en transport, maar naar de totale kosten in de supply chain. Dus ook naar voorraadkosten, omloopsnelheid, duurzaamheid en risico’s. Dat heeft ons doen inzien dat reshoring het mogelijk maakt om een veel efficiëntere supply chain op te zetten. We hebben tot op de dag van vandaag onze marge overeind kunnen houden, ook al produceren we nu in Europa. Om de supply chain nog flexibeler en wendbaarder te maken, willen we productie en distributie in Europa dichter bij elkaar brengen.’

Newell Brands besloot na het aantreden van president Trump om productie weg te halen uit China. De Amerikaanse producent van consumentenproducten met merken als Rubbermaid, Dymo en Parker beschikt wereldwijd over 135 productie- en distributielocaties. ‘Toen Trump kwam met importheffingen voor producten uit China, hebben we een deel van de activiteiten verplaatst naar Vietnam, India en andere landen in Zuidoost-Azië. Toen een jaar geleden de zeevrachttarieven opeens de lucht inschoten, vroegen we ons af of dat de juiste keuze is geweest’, zegt Matthew Tetro, vice president enterprise procurement sourced finished goods bij Newell Brands.

Probleem: beschikbare capaciteit

In gesprek met Buck vertelt Tetro dat het verplaatsen van productie vanuit China allesbehalve gemakkelijk is. Met behulp van het westen is China de afgelopen veertig jaar in sterke mate geïndustrialiseerd. Nergens anders bestaat zo’n breed en diep leveranciersnetwerk als daar. ‘China is inmiddels een volwassen markt. We weten uit ervaring dat we daar binnen zes tot twaalf maanden kunnen overstappen op een andere leverancier. Maar als we naar een ander land gaan, kost het veel meer tijd, geld en middelen voordat de leveranciers daar gekwalificeerd zijn om voor ons te produceren.’

Verplaatsen van productie naar de Verenigde Staten of Mexico levert weer andere uitdagingen op, stelt Tetro. ‘In China is er een regio waarin het overgrote deel van alle huishoudelijke apparatuur wordt gemaakt. In Mexico zijn er misschien maar drie partijen die dat kunnen. Daar zijn niet de technische competenties het probleem, maar de beschikbare capaciteit. In Azië wonen 4 van de 8 miljard mensen, in Noord-Amerika maar een half miljard. Daar is dus veel minder personeel beschikbaar. Zonder grote investeringen in automatisering en robotisering wordt reshoring dan erg lastig.’