Netwerkontwerp: ratio of emotie

Dromen over robotisering

Netwerkontwerp gaat over het slim inrichten van een logistiek netwerk. Het beantwoordt vragen als: waar moet ik produceren? Hoeveel dc’s heb ik nodig? Waar moeten deze staan? Hoe regel ik het transport? En wat betekent dit dan weer voor voorraden en logistieke grondvormen? In theorie wordt het ontwerp met de laagste kosten of hoogste servicegraad in verschillende scenario’s doorgerekend en vervolgens als optimale uitkomst bepaald en gekozen, afhankelijk van de prioriteringsregels. In de praktijk wint emotie het echter nogal eens van deze rationele, kwantitatieve onderbouwingen. 

Er zijn kwantitatieve modellen beschikbaar, waaronder de Noordwesthoekmethode, de methode van Vogel, de Stepping-stone-methode en een boel methodes die als doel hebben om de kortste afstanden te bepalen, een optimale uitgangssituatie te berekenen of zo laag mogelijke kosten te bepalen. Veel rekenen met behoorlijk complexe formules waar vooral econometristen vrolijk van worden. De meeste bedrijven in de logistiek hebben deze mensen niet in dienst. Bovendien gaan deze modellen uit van een stabiele situatie – en die is er natuurlijk nooit in de mate waarin je dat wilt.

Maar er is goed nieuws: kwantitatieve modellen zitten in netwerk-design software tools. En met deze software lijkt netwerkontwerp best eenvoudig. Toch is de praktijk helaas anders. Het verkrijgen van betrouwbare data uit systemen als ERP, OMS, TMS en WMS om die vervolgens te gebruiken voor het doorrekenen van het optimale netwerk, blijkt in de praktijk nogal eens lastig. Bovendien voegen dergelijke berekeningen niet zoveel toe als er toch softe, doorslaggevende factoren zijn, zoals de locatie van een familiebedrijf in een bepaalde stad of een multinational die al jaren op dezelfde locaties zit. Emotie wint het dan snel van rationele, kwantitatieve onderbouwingen.

Zonder dat we het ons realiseren, passen we de genoemde modellen al toe. Bij het plannen van een route geeft de navigatie de kortste weg weer en kijkend naar distributiemethoden kiezen we vaak voor de optie met de laagste kosten. Een zwaartepuntanalyse voor levering in Nederland geeft regelmatig het IJsselmeer of ergens in zee als optimale locatie, vooral als ook richting het Verenigd Koninkrijk wordt geleverd. Gevolg: bedrijven richten het netwerk dan net iets minder optimaal in. Geen rocket science.

Kwantitatieve methodes zijn dus relevant voor een rationelere onderbouwing, maar mijn advies is vooral je gezond verstand te gebruiken als je netwerken gaat integreren en optimaliseren. Voor veel bedrijven is dit meer dan genoeg. Bedenk anders vooraf goed of je daadwerkelijk bereid bent om je logistieke netwerk echt aan te passen. Zo niet, dan hoef je ook niet aan dat rekenen te beginnen.

Edward Heijnen, zelfstandig interim-professional supply chain-procesverbeteringen