Transport en logistiek kampt met historisch grote volumedaling

De coronacrisis zorgt dit jaar voor een historisch grote volumedaling van 13,5 procent in de sector transport en logistiek. De verschillen tussen deelsectoren zijn hierbij aanzienlijk. Zo wordt het personenvervoer veel harder geraakt dan het goederenvervoer (-4,5%). Terwijl de impact voor het vervoer door de lucht het grootst is (-50%) en ook het openbaar vervoer fors krimpt, profiteert het post- en pakketvervoer juist (+7%). In 2021 is er over de hele linie weer groei, maar in het personenvervoer dreigt structurele impact en duurt het meerdere jaren om er weer bovenop te komen. Dit blijkt uit het nieuwe vooruitzicht transport en logistiek van het ING Economisch Bureau.

In de transport- en logistieksector wordt de luchtvaart veruit het hardst getroffen door de coronacrisis. Door beperkende maatregelen en terughoudendheid met reizen halveert het volume naar verwachting in 2020, ondanks uitbreiding van de diensten in de zomer. Het luchtvrachtvervoer dempt de daling enigszins, maar door de uitval van passagiersvluchten is de capaciteit tegelijkertijd beperkt en duur. Ook in het openbaar vervoer laat de coronacrisis diepe sporen na. Als gevolg van aanhoudend thuiswerken en onderwijs op afstand, blijft herstel in het najaar nog uit en volgt dit jaar een verwachte daling van zo’n 35 procent in het personenvervoer over de weg en het spoor.

Het contrast tussen personenvervoer en goederenvervoer is groot. Terwijl het herstel van de corona-impact op het personenvervoer in de zomer nog nauwelijks van de grond komt, hebben het goederenvervoer en de logistieke dienstverlening de opwaartse lijn na een forse tik weer redelijk snel ingezet. In totaal daalt het volume in 2020 hier naar verwachting met 4,5 procent.

Flinke volumedaling in de scheepvaart

Doordat de Nederlandse economie relatief goed overeind blijft, is de krimp in het internationale vervoer groter dan in het nationale vervoer. De teruggang van de wereldhandel leidt in 2020 wel tot een stevige volumedaling in de scheepvaart (-7%). In de binnenvaart zorgt niet alleen de industriële productiedaling voor tegenslag, maar ook de energietransitie (afbouw kolen) en het lage water. Hierdoor lijkt de grootste markt – het vervoer over de Rijn – nu een krimpmarkt geworden.

Opvallend is dat de positieve en negatieve uitschieters door de coronaschok ook binnen sectoren groter zijn dan normaal. Dit is vooral te zien in het wegtransport en de logistiek van consumentenproducten. Zo valt het vervoer voor de horeca, de winkeldistributie en het vervoer voor de autosector dit jaar flink terug, maar profiteren logistieke bedrijven voor supermarkten, bouwmarkten en tuincentra actief van de groei in de detailhandel. Hoewel de huidige markt voor prijsdruk en efficiëntie-uitdagingen zorgt, is het uitblijven van files in het wegtransport een meevaller.

Pakketvervoerders positieve uitzondering

Tussen alle rode cijfers in transport en logistiek is het pakketvervoer dit jaar een opvallende positieve uitzondering. Na jaren van trendmatige groei geeft de coronacrisis e-commerce een extra impuls. Zo steeg de omzet van Nederlandse webwinkels in het tweede kwartaal met 45 procent en vervoerde PostNL 25 procent meer pakketten. Hierdoor verschuiven er activiteiten van de winkel naar het warehouse en ziet de post- en pakketsector als enige deelmarkt het volume stijgen (+7%).

In 2021 weer groei in transport en logistiek

In 2021 volgt er naar verwachting weer groei in de transport- en logistieksector (totaal +2,5%). Doordat de economie nog niet volledig herstelt, blijft het volume over de hele linie echter lager dan in 2019. ‘De luchtvaart en het openbaar vervoer veren gedeeltelijk terug, maar de coronacrisis heeft hier ook structurele impact en het duurt meerdere jaren voor het oude niveau weer wordt bereikt’, stelt Rico Luman van het ING Economisch Bureau. ‘In het goederenvervoer zet het herstel door, maar zonder veel vaart. Nationaal zal de krimp in de bouw druk zetten op het herstel en internationaal blijven het zwakke handelsklimaat én de toekomstige relatie met het Verenigd Koninkrijk een onzekere factor’, aldus Luman.