Wim Dressel: ‘Inkoopmanager is geen dozenschuiver’

‘Een inkoopmanager is natuurlijk geen dozenschuiver´, zegt scheidend Nevi-voorzitter Wim Dressel in het Financieele Dagblad van 3 januari 2012. ‘Mijn vakgenoten zijn tegenwoordig op strategisch niveau betrokken bij hun organisatie. Het is daarom beter te spreken van “supply chain management”. Die definitie omschrijft de werkelijkheid beter.’

Eigenlijk wilde Wim Dressel voetbaltrainer worden, maar een verbod van zijn vader maakte een carrière in een andere richting noodzakelijk. Na een loopbaan als organisatieadviseur, financieel specialist en voorraadmanager werd hij uiteindelijk voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Inkopers (Nevi). Onlangs nam hij op 64-jarige leeftijd afscheid van de brancheorganisatie.

Hoofdbrekens
Dat Dressel supply chain management een betere term vindt, illustreert hij met een voorbeeld uit de tijd dat hij bij Unilever werkte. Toen waren er potjes nodig voor de verpakking van de Chicken Tonight-sauzen. Toen werd besloten de nadruk in eerste plaats niet te leggen op de prijs. De sterkte van de potjes om breuken te kunnen weerstaan, was belangrijker.

Ook de kuipjes voor de margarine hebbben Dressel de nodige hoofdbrekens bezorgd. Het bedrijf had besloten het aantal leveranciers te reduceren van 32 naar slechts drie. Om aan de nieuwe voorwaarden te voldoen, moesten die drie elk vijftig miljoen gulden investeren. De 29 afvallers moesten tijdens de overgangsperiode blijven leveren. Ondanks de complexiteit van deze opdracht had Dressel in die tijd geen slapeloze nachten. ‘Bij mij voert de ratio altijd de boventoon. Mijn vrouw verwijt mij ook weleens een gebrek aan emoties.’

Simulatiemodellen
Na zijn opleiding aan de Technische Universiteit Twente en zijn diensttijd ging Dressel werken voor een klein adviesbureau in Rotterdam. ‘Wij waren gespecialiseerd in de aanleg van havens. Ik bouwde simulatiemodellen om te berekenen hoelang schepen nodig hadden om te lossen en hoeveel ligplaatsen nodig waren.’

In 1975 werd Dressel hoofd planning bij de Nederlandse vestiging van het Zweedse telecombedrijf Ericsson. In die periode wist hij de omloopsnelheid van de voorraden te verdubbelen, waardoor het kapitaalbeslag met de helft afnam.