‘Voorraad is een toekomstige debiteur’

Banken kijken heel anders naar voorraden dan productie- en handelsbedrijven. Dat bleek duidelijk uit de workshop van ABN Amro tijdens de klantendag van Slimstock op 21 maart in Baarn. De bank gaf een interessante en interactieve presentatie aan voorraadhoudende bedrijven over zogenoemde Asset Based financiering.

‘Wat bepaalt de waarde van voorraad?’, vroeg sector manager wholesale distribution Stef Driessen van ABN Amro aan de workshopdeelnemers. Een hele reeks van kreten volgde vanuit de zaal: courantheid, risico’s per levensfase van een product, derving, brutomarge, leveringsvoorwaarden, seizoenspatroon, executiewaarde, kosten voor het aanhouden, marktpositie van de eigenaar, in hoeverre het is voorverkocht en het meetpunt. Deze opsomming ging meteen al veel verder dan het geijkte rijtje van voorraadkosten: rente-ruimte-risico.

‘Een bank weet niet altijd goed of ze groei of verlies van een bedrijf financieren’, verduidelijkte Lukas Anker, senior new business manager corporate clients van ABN Amro het dilemma van een bank. Hij gaf twee praktijkvoorbeelden voor de voorraadwaardering van de bank. Een ervan was van een handelsbedrijf in diepgevroren vis, die drie jaar houdbaar is. ‘We hebben daar gekeken dan naar de gewenste omloopsnelheid van de vis.’ Het bedrijf draaide een omzet van 70 miljoen euro en had zes miljoen aan voorraad. ‘De omloopfrequentie van elf was niet slecht’, stelde Anker. In principe hanteert de bank de inkoopwaarde als balanswaarde. De mate waarin deze vis is voorverkocht, was uiteindelijk bepalend voor de voorfinanciering.

Voor het financieren van voorraden voert een bank een zogenoemde pre-landing audit uit, een analyse van de supply chain van het bedrijf. ‘We kijken hierbij naar de verhouding van de voorraad versus de openstaande debiteuren’, zei Anker. ‘We financieren maximaal fiftyfifty, dus bijvoorbeeld vijf miljoen euro voorraden en vijf miljoen euro aan debiteuren. Voorraad zien we als toekomstige debiteuren. Opvallend is dat crediteurentermijn het laatste is waar bedrijven naar kijken.’