Van delen word je niet arm

Ik zie het als een groot voordeel dat ik in de positie ben om bij verschillende bedrijven in de logistieke keuken te kijken. Veel bedrijven zijn met dezelfde onderwerpen bezig, alleen weten ze dat lang niet altijd van elkaar, maar natuurlijk lopen ze ook vaak tegen dezelfde problemen aan. Het gras is elders zeker niet altijd groener. Een referentiebezoek bij de aanschaf van een nieuw systeem is vrij gebruikelijk, maar waarom zetten we de deur tot samenwerking voor concullega’s niet wat meer open. Je wordt er zelf ook veel beter van en je bedrijfsgeheim ben je heus niet zo maar kwijt. Als je geeft, krijg je altijd wat terug. Wat houdt je tegen?

Natuurlijk kan ik het mij wel voorstellen dat je concurrenten niet zo snel uitnodigt. Maar als je denkt dat je concurrent geen idee heeft waar je mee bezig bent, dan heb je het volgens mij wel mis. In mijn ogen concurreer op je veel meer aspecten dan prijs: retailers concurreren op het winkelschap, adviesbureaus concurreren in aanpak en control towers concurreren door verschil in processen. De kans dat je hét geheim van de smid snel achterhaalt, is natuurlijk een utopie. Sterker nog: als je elke champions league wedstrijd kijkt, kun je nog niet automatisch meespelen.

‘Ja maar’

De manier waarop een kaasproducent praat over het maken van kaas, hetgeen een groenteleverancier kan vertellen over wat er allemaal gebeurt voordat de sperziebonen op je bord liggen, de manier waarop een transporteur vertelt hoeveel vrachtwagens deze heeft, of waarom foodservice zo’n unieke plaats inneemt bij een groothandel, is erg aanstekelijk. De passie druipt er van af. Te gek! Het wordt wel duidelijk dat deze bedrijven erg productinhoudelijk gericht zijn en bijna altijd wel ‘ja maar’ zeggen. Ik hoor regelmatig: ‘Onze wereld is echt complex.’

Het gaat dan meestal over het omgaan met schommelingen in de klantvraag, weersinvloeden bij natuurproducten of het fileleed waardoor tijdig leveren vrijwel onmogelijk is. Zeker als je klanten ook steeds meer met levertijdvensters gaan werken.

Op veel zaken heb je inderdaad geen invloed, maar zorgen dat je een betrouwbaar en stabieler proces hebt, loont volgens mij per definitie. Dit vraagt wel om net zo veel passie bij het willen veranderen als bij het praten over de eigen producten en dat kan zelfs de allerbeste niet alleen. Ook Lionel Messi heeft regelmatig een goede voorzet nodig en dus is gebaat bij samenwerking.

Handen vol

De conclusies van ‘De nationale supply chain monitor 2015’ (opgesteld door BLMC en Nyenrode) deel ik op basis van eigen ervaring volledig. Veel bedrijven zien wel in dat ze moeten gaan samenwerken met externe ketenpartijen, maar de dagelijkse praktijk geeft vaak weer dat het logistieke proces is opgedeeld over verschillende afdelingen waardoor er steeds sprake is van suboptimalisatie. Als je intern de handen al vol hebt, verschuift de aandacht naar externe samenwerking natuurlijk niet zo maar. Kortom: we weten als logistiekelingen wel dat we naar buiten moeten, maar we doen het nauwelijks en we vinden altijd wel een argument om dit goed te praten.

Sales mensen tref je wel ‘buiten’ aan. Waarom kunnen zij dat wel en kan logistiek dat niet vraag ik mij dan af. Waarom vindt een A-merk foodleverancier het maar heel normaal om mee te gaan in het aanpassen van de bestel- en aflevercycli omdat een afleveradres hierom in een email vraagt? Ga met elkaar praten.

Opvallend voorbeeld is de vraag van deelnemers om voor 2016 binnen Speed Docking een samenwerkingsplatvorm op te zetten. De behoefte om met ketenpartijen om tafel te gaan, is duidelijk aanwezig, maar zij hebben zelf geen goed beeld van hoe je dit dan vervolgens aanpakt.

Bij het volgende praktijkvoorbeeld denk je vast dat het niet waar is, maar het is echt gebeurd. Enkele maanden geleden werd ik door twee verladers benaderd omdat zij hun logistiek richting een Europees land anders wilden gaan inrichten. Wat blijkt, ze gebruiken dezelfde logistiek dienstverlener, maar ze wisten dat niet van elkaar. Hoe makkelijk kan het zijn om ketensamenwerking op te zetten?

Vluchtig

Een ander voorbeeld ligt in de werving en selectie van supply chain-verantwoordelijken. Naast vakinhoudelijke kennis draait het veel vaker om de persoonlijke kenmerken: ben je een teamplayer, fair, direct, benaderbaar, gemakkelijk in de omgang, et cetera. Deze eigenschappen zijn steeds vaker doorslaggevend. Het geeft ook wel aan dat er vanuit onderwijs nog veel te ontwikkelen is op dit gebied.

Een sessie die ik twee weken geleden had met zo’n twintig HBO-studenten bij Sligro in Amsterdam was beperkt voorbereid, websites waren vluchtig bekeken, niemand had een bijbaan in de logistiek en een week later heb ik nog niet een vraag gekregen. Kortom: weinig passie en opleidingen moeten veel meer aandacht besteden aan de zachte factoren.

Vies woord

Gelukkig geven diverse onderzoeken steeds vaker aan dat supply chain management steeds professioneler wordt, maar dat externe samenwerking bij veel bedrijven nog wel een vies woord is terwijl de bevlogenheid bij mensen onmetelijk is. Om rendementen te verbeteren, moeten we wat minder vanuit macht en markt gaan denken en wat meer in delen en gelijkwaardigheid. Delen is niet voor niets het nieuwe vermenigvuldigen.

Reageer en prikkel: media@caroz.com
Edward Heijnen, Director Supply Chain Development bij Caroz