Toename van schade door Business Interruption

Wanneer een ramp plaatsvindt – hetzij veroorzaakt door de natuur, hetzij door menselijk falen – is de fysieke schade aan bedrijven meestal enorm. De economische impact van de bedrijfsschade is vaak echter nog vele malen groter en betekent in een steeds meer verstrengelde wereldeconomie een groeiend risico voor het bedrijfsleven. Volgens het nieuwe Global Claims Review 2015-rapport van Allianz Global Corporate & Specialty (AGCS) neemt het schade-aandeel van Business Interruption flink toe.

In het rapport analyseerde AGCS – Allianz’ gespecialiseerde verzekeraar voor zakelijke en industriële risico’s – meer dan 1800 grote BI-claims in 68 landen in de periode 2010-2014 met een totale waarde van meer dan drie miljard euro. Business Interruption heeft op dit moment een veel groter aandeel in het schadetotaal dan tien jaar geleden. Zowel de ernst als de frequentie van BI-claims neemt toe. Meestal worden ze veroorzaakt door een menselijke fout of een technisch mankement. De gemiddelde grote BI-property claim bedraagt volgens het rapport meer dan twee miljoen euro. Dit bedrag ligt 36 procent hoger dan de daarmee gepaard gaande brandschade, die gemiddeld op 1,6 miljoen euro uitkomt.

Toenemende afhankelijkheid

‘Deze groei in BI-claims wordt gevoed door de toenemende afhankelijkheid van bedrijven onderling, de wereldwijde supply chains en de optimalisatie van productieprocessen’, verklaart Chris Fischer Hirs, CEO van AGCS. ‘Waar in het verleden een grote brand of explosie slechts één of twee bedrijven trof, kan dit vandaag de dag meerdere bedrijven treffen of wereldwijd zelfs een hele sector.’

Omdat de productie steeds vaker in Azië plaatsvindt, volgen ook de grote claims deze geografische verschuiving. In sommige gebieden is sprake van een toename aan productielocaties en logistieke hubs. Als zo’n cluster getroffen wordt door een natuurramp, brand of explosie, kan het effect makkelijk cumuleren. Dit kan resulteren in aanhoudende bedrijfsschade over de hele wereld, ook wel bekend als Contingent Business Interruption (CBI). In deze gevallen kan een bedrijf onmogelijk verder opereren omdat één van de key-leveranciers is getroffen.

BI-exposures

De BI-exposures zijn het grootst in sectoren waarbij ketens sterk onderling verbonden zijn, de technische waardes hoog zijn en er sprake is van een concentratie van risico’s op één locatie. Dit is vaak het geval bij de automotive-industrie, de semiconductor-industrie en bij energie- en petrochemische plants, laat Alexander Mack, chief claims officer van AGCS, weten. ‘Hoewel moderne supply chains wellicht flexibeler zijn en meer kostenefficiënt, zijn deze wel kwetsbaarder voor ontwrichting. Dekking voor CBI wordt in toenemende mate gezien als een essentieel onderdeel van de huidige verzekeringsdekking voor veel bedrijven.’

In de nasleep van de Tohuku-aardbeving in 2010 en de Thaise overstroming in 2011, die wereldwijd allebei een groot aantal BI- en CBI-schades veroorzaakten, hebben bedrijven wel stappen ondernomen om de ketenrisico’s te verminderen. ‘We zien dat veel globaal opererende bedrijven snel volwassen worden op het gebied van BI en supply chain management en risicobewustzijn, maar er is nog ruimte voor verbetering’, meent Michael Bruch, emerging risks specialist bij AGCS. Bedrijfscontinuatieplanning zou niet alleen onderdeel moeten zijn van het eigen supply chain-risicomanagement, maar ook moeten worden uitgerold naar alle kritieke toeleveranciers.

Brand en explosie voornaamste oorzaken

Volgens de analyse van AGCS wordt het merendeel van de BI-claims (88 procent) veroorzaakt door technische of menselijke factoren en niet door natuurrampen. De top 10 van oorzaken van BI-schades, gebaseerd op waarde, telt zelfs meer dan 90 procent van zulke claims waarbij brand en explosie de voornaamste oorzaken zijn met 59 procent van alle BI-claims wereldwijd (78 procent in Europa en zelfs 88 procent in Nederland). Elk geanalyseerd incident met brand en explosie bedraagt gemiddeld 1,7 miljoen euro in BI-kosten alleen al.

In de toekomst zouden ook niet-fysieke schadeoorzaken van Business Interruption een belangrijkere rol kunnen gaan spelen. Gevaren zoals cyberaanvallen, politiek geweld, stakingen, pandemieën of een stroomuitval zouden in potentie grote schades kunnen veroorzaken voor bedrijven zónder daadwerkelijke schade aan de eigendommen. Andere niet-fysieke schade-evenementen omvatten ook burgerlijke of militaire acties, zoals toegangsrestricties of sluiting van het luchtruim. Dergelijke schades zijn alleen gedekt bij een ‘non-damage’-polis, waar steeds meer bedrijven interesse voor tonen.