Steeds meer onderzoeksgeld naar buitenland

Nederlandse bedrijven geven steeds meer Research & Development-geld uit in het buitenland. Buitenlandse investeringen in Nederland blijven achter. Dat meldt het Rathenau Instituut in het rapport ‘R&D goes global’.

Het onderzoek laat zien dat bedrijven voor hun development vooral kiezen voor locaties met marktkansen, vaak in landen met snelgroeiende economieën zoals in Azië. Het is voor Nederland lastig dit tegen te houden. Wel liggen er volgens de onderzoekers kansen voor Nederland op markten voor hoogwaardige, geavanceerde en innovatieve producten.

Voor hun research blijken bedrijven vooral plekken te kiezen met een goede toegang tot onderscheidende kennisbronnen, getalenteerde onderzoekers en mogelijkheden voor samenwerking in onderzoek. Nederland kan daar zijn voordeel mee doen in de internationale concurrentie om kennisinvesteringen door te zorgen voor een aantrekkelijke kennisinfrastructuur.

Nederland als één regio

De concurrentiepositie van Nederland kan verbeteren als rijk, regio en steden samen optrekken en daarbij ook de kennisinstellingen en het R&D-intensieve bedrijfsleven betrekken, meent het Rathenau Instituut. Het waarschuwt wel dat multinationals die een plek zoeken voor een Europese R&D-vestiging heel Nederland als één regio in Europa beschouwen. Om die reden zou Nederland zich vaker als geheel moeten profileren.

Overigens steken inmiddels dertig Nederlandse bedrijven zoals Philips, ASML, Océ en AkzoNobel samen met de TU Eindhoven 100 miljoen euro in onderzoek voor economische vernieuwingen, meldt De Telegraaf van 19 oktober 2015. Samen zoeken ze naar relevante vernieuwingen en concrete producten voor onder meer betere transportvormen, hightechproductiesystemen, medische technologie en de volgende generatie herwinbare energie.