Spanningsveld tussen lean en smart manufacturing

Jarenlang was ‘lean manufacturing’ het leidende principe in de industrie, maar vandaag de dag praat iedereen over ‘smart manufacturing’. Wat met dat laatste wordt bedoeld, is lang niet altijd even duidelijk. Dat stelt Hans Wortmann, hoogleraar informatiemanagement aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Lean manufacturing is een coherente visie op productie, maar daarvan is bij smart manufacturing allerminst sprake.’

Door Marcel te Lindert

De verhouding tussen lean en smart manufacturing was onderwerp van discussie tijdens een congres van het Centre for Operational Excellence (COPE) van de Rijksuniversiteit Groningen. Smart manufacturing staat voor een breed scala van technologieën die zorgen voor transparante, geïntegreerde en intelligente productieprocessen. Een voorbeeld is het internet of things. ‘Dat betekent zoveel dat onderdelen of producten een eigen identiteit krijgen en zichzelf door de fabriek loodsen’, verklaart Wortmann, die daarnaast big data, augmented reality en 3D-printing noemt.

Zijn probleem met smart manufacturing is dat veel begrippen verschillend worden geïnterpreteerd en elkaar soms tegenspreken. Wortmann: ‘Eén van de principes luidt dat er een ‘single source of truth’ moet zijn. Data mag slechts op één plek worden opgeslagen. Als we die data nodig hebben, moeten we die uit deze bron halen. Een totaal ander principe, voortkomend uit het internet of things, gaat echter uit van lokale autonomie. Onderdelen en producten dragen alle data en bijbehorende software bij zich, wat decentrale aansturing van processen mogelijk maakt. Als een ander systeem die data nodig heeft, moet die worden gekopieerd. Het kan natuurlijk niet dat allebei principes waar zijn.’

Rol van medewerkers

Een ander spanningsveld betreft de rol van de medewerkers in lean en smart manufacturing. In lean manufacturing is veel aandacht voor de ontwikkeling van medewerkers, die worden uitgedaagd om mee te denken over de verbetering van productieprocessen. In smart manufacturing komt de positie van medewerkers door robotisering van processen juist onder druk te staan. ‘Er wordt veel gesproken over de wijze waarop het werk in productieprocessen gaat veranderen, maar er is een gebrek aan empirisch inzicht’, vertelt Sabine Waschull, die met haar promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen daarin verandering probeert te brengen.

Waschull wil onderzoeken wat de impact van smart manufacturing is op de taken van medewerkers en de daarvoor benodigde competenties. Ze zal zich concentreren op de productieprocessen van Fokker Aerostructures in Hoogeveen. Waschull verwacht dat daar door de automatisering van routinematige, laaggeschoolde en fysiek zware processen bestaande banen zodanig zullen veranderen dat minder competenties zijn vereist. ‘Maar ik geloof dat verder in de toekomst juist taakverrijking zal plaatsvinden waardoor deze banen weer interessanter worden. Bedrijven zullen steeds meer besluitvormingsprocessen decentraliseren, wat betekent dat de mensen op de werkvloer meer beslissingen moeten nemen. Er zal met andere woorden een herverdeling van taken plaatsvinden tussen de mensen op de werkvloer en de onderste managementlaag.’

Control room

Dat bedrijven nog een lange weg te gaan hebben op het vlak van smart manufacturing, schetst Gert Bossink, chief operations officer van Vanderlande Industries. Hij toont hoe Vanderlande op het vliegveld van Barcelona een control room voor het complexe bagageafhandelingssysteem heeft ingericht. In deze control room bevinden zich dag en nacht vijf operators die via webcam- en flowcontrol-systemen in de gaten houden of alles correct verloopt. ‘Die systemen verschaffen real-time informatie over de operatie en geven aan het eind van de dag inzicht in de geleverde prestaties. Met datamining-technieken willen we echter ook laten zien hoe de operatie op lange termijn verloopt. Hoe verlopen de processen en hoe kunnen we die optimaliseren? Wij willen data leveren ter ondersteuning van besluitvormingsprocessen. Dat zouden we ook met onze productieprocessen moeten doen.’

Uit de discussie die volgt, blijkt dat veel bedrijven nog niet zover zijn. Scania geeft aan dat op een relatief compacte locatie zoals de assemblagelijn voor vrachtauto’s nog geen control towers nodig zijn. Het is een stuk gemakkelijker dan op het vliegveld van Barcelona om ter plekke een kijkje te nemen. Ook Auping geeft aan dat veel informatie gewoon op de productievloer beschikbaar is zonder slimme technologieën. Niet iedere fabriek hoeft blijkbaar even smart te zijn.