Spaanse auto-industrie ontworstelt zich aan crisis

De Spaanse auto-industrie trekt aan. Na een moeilijke tijd werden vorig jaar weer 2,4 miljoen auto’s geproduceerd. Een toename van 20 procent in de afgelopen twee jaar, bericht het Financieel Dagblad van 23 januari 2015.

Na Duitsland is Spanje de grootste autoproducent van Europa. Samen met gerelateerde activiteiten als de distributie, autofinanciering en -verzekeringen, tankstations en rijscholen is de auto-industrie goed voor 10 procent van het Spaanse bruto binnenlands product. Ruim 8 procent van de beroepsbevolking in Spanje heeft zijn baan – direct of indirect – dan ook te danken aan deze sector.

De Seat-vestiging in Martorell neemt het overgrote deel van de Spaanse Seat-productie voor haar rekening. In 2014 verlieten hier een kleine 450.000 auto’s de fabriek; 13,5 procent meer dan in 2013. Sinds 2002 kende Seat niet meer zo’n productiepeil. Ook de Ford-fabriek in Almussafes had een opleving. De productie nam er vorig jaar toe met ruim 30 procent tot bijna 300.000 auto’s. De enige die het niet goed deed, is PSA in Vigo. De Spaanse dochter van PSA Peugeot Citroën moest in 2014 terrein prijsgeven en sloot het jaar af met 382.000 wagens; een daling van 6 procent.

Desondanks lijkt het erop dat de Spaanse auto-industrie na het voorzichtige herstel van 2013 nu toch echt weer in de lift zit. In de eerste drie kwartalen van 2014 groeide de werkgelegenheid in de sector (assemblagefabrieken en toeleveringsbedrijven) met 21.000 nieuwe banen. Deze opleving is opmerkelijk, gezien de stevige concurrentie op de wereldmarkt. Volgens deskundigen is de concurrentiekracht van de zeventien Spaanse assemblagefabrieken grotendeels te danken aan de loonmatiging en de flexibiliteit waarmee het personeel ingezet kan worden.