Robotisering neemt snel toe, maar niet in Nederland

Hoe snel gaat het met de introductie van de robot in Nederland? Die vraag diende zich aan na een congres over de robotisering van arbeid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Minister Lodewijk Asscher belichtte in zijn speech vooral de gevaren van de robot. Terecht?

In een artikel in Het Financieele Dagblad van 4 oktober 2014 slaat macro-econoom Mathijs Bouman het rapport ‘World Robotics 2014 – Industrial Robots’ van de International Federation of Robotics (IFR) erop na. Dit rapport concludeert dat er in rap tempo industriële robots bijkomen. In 2008 waren wereldwijd een miljoen robots aan het werk. In 2013 waren het er al meer dan 1,3 miljoen. Ondanks crisis en recessie steeg de robotwerkgelegenheid dus met ongeveer een derde. Volgens het rapport zal die toename versnellen. In 2017 zijn naar verwachting bijna twee miljoen robots in fabrieken wereldwijd aan het werk.

Japan is de onbetwiste robotkampioen. Bijna een kwart van alle industriële robots (circa 300.000) staat in dat land. Maar Japan is ook een van de weinige landen waar de robot op de terugtocht is. Door outsourcing van productie is het aantal robots hier sinds 2008 met 14 procent gedaald. In China daarentegen stijgt het gebruik van robots juist. Maar met 133.000 robots ligt de Chinese industrie nog ver achter op die van de VS, Duitsland en Zuid-Korea.

Nederland speelt in dit verhaal nauwelijks een rol. Volgens de IFR stonden er in 2013 in de Nederlandse industrie 7400 robots, een half procent van het wereldtotaal. Ons land telt daarmee minder robots dan bijvoorbeeld Italië, Spanje, Zweden, België en Tsjechië. De omvang van de auto-industrie in deze landen speelt hierbij ongetwijfeld een rol, meent Bouman. Overigens groeit het aantal robots in Nederland wel snel: met 50 procent sinds 2008.

Met 93 industriële robots per 10.000 werknemers in de industrie staat Nederland in de ranglijst op de vijftiende plaats. Ter vergelijking: in Zuid-Korea staan er naast 10.000 werknemers maar liefst 437 robots. Volgens Bouman is er echter nog te weinig onderzoek verricht  voor een antwoord op de vraag of de robot een banenvernietiger is. De macro-econoom roept de academische economen van Nederland dan ook op daar snel mee te starten.

Nieuwe banen

In een tweede artikel in het FD, op 6 oktober 2014, stellen technologen uit Noord- en Oost-Nederland dat de ontwikkelingen in de technologie zo snel gaan dat er voldoende nieuwe banen blijven komen. Dit doen ze tijdens een discussie in Enschede die inhaakt op het Weekend van de Wetenschap. Van een massaal verlies van werkgelegenheid door de versnelde robotisering van de industrie zal geen sprake zijn, menen zij.

‘Er verdwijnen helemaal geen arbeidsplaatsen’, meent Jan Post, strateeg bij de scheerapparatenfabriek van Philips in Drachten, die wereldwijd bekendheid geniet vanwege de hoge mate van robotisering. ‘Toen honderdvijftig jaar geleden het Noordzeekanaal werd gegraven, dacht je: als er straks een graafmachine komt, kunnen al die mensen naar huis. Maar we zijn nu met honderd of duizend keer meer mensen, en toch zijn we allen aan het werk’, aldus Post.

Volgens hem gaan de ontwikkelingen steeds sneller en verdwijnen er om die reden geen banen. ‘Als we één kanaal in de duizend jaar zouden graven, zouden we geen graafmachine nodig hebben. Maar we graven nu elke dag een kanaal.’

Wolfrahm Lohse onderstreept die visie. Lohse is als ingenieur bij de technische universiteit van Aken nauw betrokken bij wat de Duitsers Industrie 4.0 noemen. Volgens hem blijkt uit de Duitse ervaringen dat er geen grote hoeveelheden werknemers op straat komen te staan door de komst van nieuwe robots. ‘We zien dat ze andere, hoger gekwalificeerde banen krijgen in hun bedrijf.’

De technologen in Enschede zijn ook eensgezind in hun mening dat het buiten de deur houden van robots geen zin heeft. We praten immers niet over een revolutie, maar over een evolutie, zeggen ze, en als Nederland niet meedoet, raakt de industrie de aansluiting met het buitenland kwijt.