Productieomvang groeit minder, werkgelegenheid op topniveau

Hoewel de hoofdindex van de NEVI Purchasing Managers’ Index (PMI) – een samengestelde indicator van de stand van zaken in de productiesector – in juli verder daalde van 55.9 naar 55.7, maakt de Nederlandse productiesector aan het begin van het derde kwartaal nog steeds een behoorlijke groei door.

De verbeterde economische omstandigheden zorgden er afgelopen maand voor dat het aantal nieuwe ontvangen orders bij Nederlandse productiebedrijven voor de dertiende achtereenvolgende maand steeg. Sinds juni namen zowel de binnenlandse als de buitenlandse vraag in vergelijkbare mate toe. De export naar de VS en binnen Europa is uitermate goed geweest. De toename van het aantal ontvangen nieuwe orders was echter het kleinst sinds december, waardoor ook de productieomvang minder snel toenam. Desondanks bereikte de werkgelegenheid bij Nederlandse productiebedrijven het hoogste niveau van de afgelopen drie jaar, vooral te danken aan de gestegen vraag.

De voorraad ingekochte materialen steeg opnieuw, waarmee de huidige periode van groei op vier maanden komt. Een verdere uitbreiding van inkoopactiviteiten zorgde bovendien voor een hogere voorraadgroei dan in de voorgaande maand. Als oorzaak van beide trends werden de hogere productievereisten en mogelijke grondstoffentekorten genoemd. De toegenomen vraag naar materialen werkte in juli een verlenging van levertijden voor grondstoffen en halffabrikaten in de hand,  minder aanzienlijk dan in juni, maar toch behoorlijk. Hieraan droegen ook lage voorraadniveaus bij leveranciers en beperkte beschikbaarheid van bepaalde artikelen bij, zo gaven panelleden aan.

Zowel de inkoop- als verkoopprijsinflatie was in juli minder groot. Toch bleef de stijging van de inkoopkosten nog fors, dankzij de hogere brandstof- en grondstoffenkosten. De hogere verkoopprijzen werden verklaard uit de neiging om de winstmarges te beschermen.

Inkoopprijs index
Nederlandse producenten noteerden in juli een verdere toename van hun gemiddelde inkoopkosten. De inkoopprijsinflatie was fors, maar wel aanzienlijk kleiner dan in de voorgaande maand. Deelnemers aan het onderzoek wezen op de hogere kosten voor brand- en grondstoffen als belangrijkste oorzaken voor de inflatie. Vooral metalen (met name staal), karton, kunststoffen en chemicaliën werden veel genoemd.