Nederlandse inzet belangrijk bij bestrijding piraterij

Nederland heeft doeltreffend en doelmatig bijgedragen aan de bestrijding van de Somalische piraterij, schrijft minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert in een brief aan de Tweede Kamer. Dat meldt het FD van 18 juli 2014.

Ze reageert in de brief op een evaluatie van de Nederlandse bijdrage aan de bestrijding van piraterij rond de Hoorn van Afrika van 2006 tot en met 2012. Deze evaluatie werd uitgevoerd door Defensie, maar getoetst door een externe deskundige, emeritus hoogleraar bestuurskunde Peter van Hoesel.

Het aantal kapingen en aanvallen op koopvaardijschepen rond de Hoorn van Afrika is sterk gedaald. Maar omdat de voorwaarden voor piraterij aanwezig blijven, kan de veiligheidssituatie snel weer omslaan. Beveiliging van de scheepvaartroute blijft daarom nodig, meent de minister.

Ook in de toekomst zal Nederland deel blijven nemen aan de bestrijding van de piraterij in Oost-Afrika, meldt Hennis-Plasschaert. Ze onderschrijft de aanbeveling uit de evaluatie dat aanwezigheid ter plekke met schepen van de marine wellicht doelmatiger kan. Bijvoorbeeld door in het moessonseizoen minder frequent aanwezig te zijn, omdat de piraten dan minder actief zijn. Ook wordt gedacht aan het inzetten van onbemande vliegtuigjes.

De kosten die Nederland maakte voor de beveiliging van de scheepvaart rond de Hoorn van Afrika vielen overigens aanzienlijk lager uit dan verwacht. Van 2008 tot en met 2012 is er bijna 65 miljoen euro uitgegeven in plaats van de geraamde kleine 90 miljoen.