‘Maker Movement kan economie veranderen’

De Maker Movement wordt gezien als één van de spannendste technologische ontwikkelingen van de komende jaren. De beweging bedenkt nieuwe ontwerpen en maakt daarvan smart prototypes. David Langley spreekt in zijn column in het FD van 26 september 2015 dan ook de verwachting uit dat dit nieuwe gilde van ‘Makers’ een belangrijke creatieve impuls zal geven aan grote bedrijven.

Langley, die internet, innovatie en strategie onderzoekt bij TNO en de Rijksuniversiteit Groningen, en daarnaast bedrijven adviseert over zakendoen met internettechnologie, omschrijft de Maker Movement als een groeiende beweging waarin mensen experimenteren met 3D-printers en andere maaktoestellen, gekoppeld aan sensoren, elektromotoren en versnellingsmeters. Allemaal aangestuurd door goedkope minicomputers, zoals Rasberry Pi en Arduino.

In Europa zijn volgens Langley inmiddels ook de Fabrication Laboratories bezig aan een opmars. Deze FabLabs zijn ruimtes die toegang bieden tot geavanceerde maakapparaten met bijbehorende begeleiding van experts. In 23 Nederlandse steden zijn al FabLabs voor iedereen toegankelijk, om – meestal kosteloos – een ontwerp te bedenken, te kopiëren of aan te passen naar eigen wens, en om productideeën op maat te maken.

Grote innovatiesprong

De Maker Movement vervaagt volgens Langley de scheiding tussen de virtuele en de fysieke wereld. ‘Het kan een grote innovatiesprong betekenen en onze economie structureel veranderen’, meent hij. ‘Zeer ingewikkelde vraagstukken blijken door de crowd opgelost te kunnen worden.’ Hij tekent daarbij aan dat het niet gaat om perfecte ontwerpen, maar om creatieve oplossingen die een bedrijf vervolgens kan verfijnen en inzetten.

Hoewel er volgens de FD-columnist ook nadelen aan de Maker Movement kleven, bijvoorbeeld ten aanzien van het beschermen van het intellectuele eigendom van productontwerpen, ziet hij vooral kansen. Die schuilen met name in de proeftuin die de Makers vertegenwoordigen. ‘Kan er synergie ontstaan tussen de groepen hobbyisten en de bestaande industrie’, vraagt Langley zich dan ook af.