Leer van anderen

Afgelopen vrijdag gaf ik op verzoek van de provincie Limburg een presentatie op het Prinsenfestival in Den Haag aan zo’n veertig wethouders (waaronder de gemeente Venlo en Venray), diverse beleidsmedewerkers en logistiek dienstverleners. Naar aanleiding van het kabinetsbesluit om gemeentes vanaf 1 januari 2017 verantwoordelijk te maken voor speciaal vervoer in hun gemeentes, sprak ik over het toepassen van transportconcepten uit ‘de grote logistieke wereld’ binnen het geïndiceerd WMO-vervoer. Welke lessen uit de logistieke wereld zijn toepasbaar op het personenvervoer en waarom passen we deze niet veel vaker toe?

 

Ik was de laatste spreker in de rij en gedurende de bijeenkomst werd het mij steeds duidelijker dat dit een erg logische keuze was. Gemeentes worden verantwoordelijk gesteld voor het vervoer van kinderen naar scholen of ouderen naar ziekenhuizen. In vrijwel elke straat komen dagelijks verschillende (taxi) busjes voor het ophalen en wegbrengen van mensen.

Handen vol

In Nederland worden duizenden personen op deze manier vervoerd, terwijl de gemiddelde reisafstand zo’n twee kilometer betreft. Tevens geldt dat bepaalde typen personen niet gelijktijdig vervoerd kunnen worden. Gemiddeld zitten er slechts twee personen gelijktijdig in een busje of (deel)taxi, terwijl de ophaal- en aankomsttijden erg strak zijn. Als je deze punten combineert, trek je de conclusie dat het wel behoorlijk complex is. Dat is het natuurlijk ook wel, maar in het kader van ‘beter goed gejat dan slecht zelf bedacht’ is er hulp beschikbaar. Gemeenten hebben immers niet voor niets de handen vol aan het goed invullen van deze regelgeving.

Je voelt het al aankomen… Feitelijk gezien betreft het bovenstaande vooral logistieke uitdagingen waarmee elke verlader en logistiek dienstverlener dagelijks te maken heeft. Binnen ‘De Logistiek’ gebruiken wij namelijk vaste termen voor bovenstaande punten, zoals bestelcyclus, leadtime, service level agreement, beladingsgraad, stroomdikte, congestie, Milkrun, et cetera. Het gegeven dat de provincie graag out of the box denkt en wil leren van wat er elders in de wereld te koop is (je wordt natuurlijk niet zomaar de logistieke hotspot van Nederland), is natuurlijk erg goed.

Maar de uitdaging wordt wel erg groot als onder de aanwezigen slechts twee personen aanwezig waren met een logistieke achtergrond, nietwaar? Een van de eerdere sprekers eindigde dan ook met de vraag of je de uitvoering en de regie van het personenvervoer van elk moet scheiden?

Angst

De vraag omtrent splitsing van uitvoering en regie van transportstromen hoor ik echt wekelijks. Euro’s spelen natuurlijk een belangrijke rol bij vervoerstromen, waarbij het op dit punt niets uitmaakt of je nu over pallets of over mensen praat. Transport moet zo goedkoop mogelijk, zeker als het geen core business is, zoals bij gemeenten. Hoe eenvoudig is het dan om een tender uit te schrijven, of zoals men dit bij gemeentes noemt ‘een aanbesteding?’ Volgens mij is dit een fluitje van een cent.

De  minimumprijs wordt bij dergelijke gemeentelijke aanbestedingen regelmatig vermeld, met als gevolg dat genodigden in het tenderproces hier naar toe rekenen, ondanks dat dit financieel niet realistisch is. Maar ach, beter een slechte deal, dan geen deal.

Gevolg is natuurlijk wel dat veel taxibedrijven omvallen en zien we onder logistiek dienstverleners deze ontwikkeling ook niet? Gevolg: we schrijven weer een nieuwe tender of aanbesteding uit en het proces begint weer van voor af aan. Maar wie wint hier nu bij?  Als je het allemaal plat slaat, komt het neer op het niet maken van bewuste keuzes ten aanzien van de scheiding van de uitvoering en de regie van transportstromen.

Dilemma

Natuurlijk kan ik mij het dilemma goed voorstellen. Transport kost veel geld en het is voor veel bedrijven en overheden geen core business, dus het voelt ongemakkelijk om het dan aan anderen over te laten. Temeer omdat het vaak de laatste schakel tot de klant betreft en daar wil je graag zelf een goede relatie mee onderhouden.

De angst van het gevoel  van out of control zijn, overheerst en daarom ligt het voor de hand om te stellen ‘ik ga het maar zelf doen,’ want als ik het een ander laat regisseren, kost het alleen maar extra geld. Deze externe partij wil er immers ook aan verdienen. Het gaat bij transport namelijk om keiharde euro’s, toch? Gevoelsmatig ligt het wat meer voor de hand dat je geen transportmiddelen aanschaft als je als organisatie geen verstand hebt van transport. Dus de uitvoering uitbesteden voelt als ‘logisch’, nietwaar?

Natuurlijk volgt er hier een maar… Ik ben een groot voorstander van ‘schoenmaker blijf bij je leest.’ Focus op je kerncompetentie. En als dit geen transport is, schakel dan partners in (outsourcing klinkt zo raar) en zorg voor een goede scheiding tussen de uitvoering en de regie. Een dienstverlener, of het nu een taxicentrale is voor personenvervoer of een asset-based transporteur die pallets of bulkgoederen vervoert, heeft als je het mij vraagt altijd een eigen belang, namelijk de inzet van de eigen transportmiddelen.

Het voelt namelijk niet goed dat eigen auto’s of zeecontainers niet gebruikt worden, terwijl je door samenwerking kunt realiseren dat je met minder transportbewegingen toch meer verdient. Hoeveel taxibedrijven of logistiek dienstverleners zouden hun opdrachtgevers vooraf informeren dat zij een bepaalde transportopdracht niet kunnen uitvoeren omdat er geen eigen middelen beschikbaar zijn, maar dat zij dit oplossen door een andere (lees: concullega, want concurrent klinkt niet zo aardig) partij in te zetten?

Vak apart

Onafhankelijke regievoering is daarom erg belangrijk. Tijdens de sessie werd dan ook helder dat ketenregie een vak apart is en dat dit veel meer betreft dan het uitschrijven of begeleiden van een tender of aanbesteding, maar het ook ontzorging inhoudt op het gebied van factuurstromen, retouren, leverancier management, maar vooral ook change management.

Ik vond het een zeer interessante middag, waarbij de overeenkomst  in processen bij zowel ‘groot’ als ‘klein’ vervoer duidelijk werd, maar het werd ook helder dat voor het managen van transportstromen ketensamenwerking cruciaal is. De provincie is in elk geval al zo ver dat het inziet dat kennis, visie en ervaring uit andere sectoren halen helpt bij het vinden van een goede logistieke besturing. Ik doe natuurlijk graag mee om provincies te helpen bij het realiseren van de juiste samenwerkingsvorm voor het personenvervoer. Jij ook?

Edward Heijnen, Director Supply Chain Development (info: media@caroz.com)