Landbouwsector verstopte parel in kroon van industrie

Wat kan de universiteit van Wageningen bijdragen aan oplossingen voor het wereldvoedselvraagstuk? Louise Fresco houdt zich als nieuwe bestuursvoorzitter van Wageningen UR intensief bezig met de vraag hoe de onstuimig groeiende wereldbevolking te eten te geven, bericht het FD van 11 oktober 2014.

Het bijzondere aan het instituut Wageningen UR is volgens Fresco dat het de enige plek ter wereld is waar onderzoek wordt verricht door de hele voedselketen heen. ‘Dus of het nu gaat om kennis over de bodemgesteldheid, de zaaizaadsector, de kunstmestindustrie, de machinebouwers of de stallenbouwers, wij overzien het hele proces van preproductie, productie tot de consument. Dus dat is meer dan alleen ”van grond tot mond”. Bovendien zijn we uniek door de perfecte afstemming van wetenschappelijke kennis met de samenleving.’

Een andere bijzonderheid aan Wageningen UR vindt Fresco het internationale karakter. ‘Dat komt natuurlijk omdat het thema voedsel van zo´n groot belang is voor vrede en veiligheid in de wereld. Onze geïntegreerde aanpak is ons exportproduct, niet alleen van Wageningen, maar van heel Nederland. Het internationale karakter uit zich verder in het feit dat veertig procent van onze studenten uit het buitenland komt en dat we steeds meer buitenlandse hoogleraren krijgen.’

Het is eigenlijk gek, vindt Fresco, dat veel mensen niet weten wat hier eigenlijk allemaal gebeurt. ‘Als je de dienstensector buiten beschouwing laat en je kijkt zuiver naar de maakindustrie, dan dragen we als landbouw- en voedselsector, dus tuinbouw, maar ook bijvoorbeeld de kaas- en zuivelindustrie, het meest bij aan het bruto binnenlands product van Nederland. Wij zijn een beetje de verstopte parel in de kroon van de Nederlandse industrie.’

Als grootste uitdaging voor de toekomst ziet Fresco het om mensen te leren de productie in hun eigen land op peil te krijgen en verder te ontwikkelen. ‘Al in 2030 woont naar schatting driekwart van de bevolking in steden. Dat heeft ongelofelijke consequenties, want steeds minder boeren moeten een steeds groter wordende stedelijke bevolking voeden. Dat betekent dat we ondernemerschap in de landbouw moeten stimuleren.’