‘Interim-managementbureaus zitten in het oog van de storm’

Interim-managementbureaus zijn optimistisch over de toekomst. Dat blijkt uit onderzoek van ZiPconomy in opdracht van ABN-Amro. De vraag is echter hoe terecht dat optimisme is. ‘De interim-managementbureaus herkennen dat de markt verandert, maar menen dat dit de onderkant van de markt betreft. We zien nauwelijks aanpassingen van het businessmodel. Zijn ze zich ervan bewust dat ze in het oog van de storm zitten?’, vraagt hoofdredacteur Hugo-Jan Ruts van ZiPconomy zich af.

Door Henrieke Wagenvoort

Hoe ziet de interim-managementmarkt er anno 2019 uit? Die vraag vormde de kern van het onderzoek van ZiPconomy en ABN-Amro. Over bemiddelaars in interim-management zijn momenteel nog relatief weinig data beschikbaar. Daarom kan het onderzoek gezien worden als een nulmeting die de komende jaren in perspectief geplaatst moet worden.

In een eerder onderzoek uit 2011 voorspelde ABN-Amro dat er flinke veranderingen zouden plaatsvinden. Ook veronderstelde de bank dat interim-management, consulting en detachering steeds meer in elkaar zouden overvloeien. De interim-manager zou interim-professional worden. Voor de bemiddelaars zou dit gevolgen hebben voor hun organisatievorm en verdienmodel.

De interim-managementmarkt anno 2019 is echter minder in beweging dan verwacht. Ondanks een substantiële daling van de bureaumarge en de tarieven, zien interim-managementbureaus nog volop kansen en definiëren zij hun markt als ‘groeimarkt’. Of dat terecht is, is volgens Ruts nog maar zeer de vraag.

Veranderingen in de interim-managementmarkt

Uit het onderzoek blijkt dat het aantal bureaus dat sec interim-management aanbiedt als dienstverlening, acht jaar geleden groter was dan nu. Interim-management is momenteel vaker onderdeel van een groter aanbod van diensten. Daarnaast is er weinig vernieuwing in het dienstverleningsmodel.

De vraag naar interim-management verandert ook. Overbruggingsmanagement, project- en programmamanagement zijn groeisegmenten. Het echte verandermanagement is meer voorbehouden aan het topsegment van interim-management. En de voorspelling uit 2011 lijkt uit te komen: de interim-manager wordt meer interim-specialist of interim-professional.

Verder blijken de verdienmodellen de afgelopen jaren niet wezenlijk veranderd; wel heeft de markt te maken gehad met een dubbele ‘squeeze’: een lager tarief in combinatie met een lagere bureaumarge. Opvallend is daarbij dat de bureaus flink positief zijn over de toekomst: ze verwachten omzetstijgingen en definiëren hun markt als ‘groeimarkt’.

Businessmodellen interim-managementbureaus nauwelijks veranderd

In een competitieve markt en een veranderende wereld van werk ligt het volgens de onderzoekers voor de hand dat interim-managementbureaus nadenken over hun dienstverleningsmodel. Maar de interim-managementmarkt anno 2019 blijkt minder in beweging dan verwacht. Businessmodellen zijn nauwelijks veranderd. En dat terwijl de tarieven de afgelopen jaren in het beste geval stabiel bleven en de gemiddelde bureaumarge flink daalde.

VUCA is het nieuwe normaal

‘De wereld is complex, verandert snel en er is veel onzekerheid: VUCA (Volatile, Uncertain, Complex en Ambiguous) is het nieuwe normaal. En daarom gaan steeds meer organisaties hun arbeid flexibel organiseren. Het logische gevolg is dat inhuur van externe arbeid professioneler wordt, met alle ‘bedreigingen’ als ‘kansen’ die daarbij horen’, schetst Ruts de context van het onderzoek.

Alle veranderingen hebben volgens hem een forse impact op tal van dienstverleners. In hoeverre dat ook geldt voor interim-managementbureaus, stond centraal bij aanvang van het onderzoek. Het optimisme dat zij uitspreken voor de komende jaren is wat hem betreft een van de opvallendste uitkomsten. ‘Voelen de bureaus zich als in het oog van de storm, waar de zon gewoon schijnt?’, vraagt Ruts zich af.

‘De vraag is of de turbulentie in de buitenwereld langs de interim-managementbureaus heen zal trekken. Of is het riemen vast, buffers opbouwen, kosten flexibel houden en de storm uitzitten? Of juist zo beweeglijk zijn dat je toch in het oog blijft, ook als dat verschuift?’ Ruts lijkt er in zijn slotwoord van het onderzoeksrapport niet gerust op: ‘Een beetje veranderkracht, dat zou je toch wel verwachten van deze bureaus.’