Innovatief Duitsland geeft Nederland het nakijken

Duitsland geeft Nederland op innovatief vlak het nakijken. Dat bleek ook tijdens de vorige week gehouden Hannover Messe, ’s wereld grootste industriebeurs. Waar Duitsland zich ‘innovatieleider’ mag noemen, moet Nederland het doen met het predicaat ‘innovatievolger’, blijkt uit het FD van 13 april 2015.

Het Duitse bedrijf Trumpf, dat wereldwijd hoogwaardige laserapparatuur verkoopt, stopt bijna 10 procent van de omzet in onderzoek en ontwikkeling. En het budget voor nieuwe technologieën groeit elk jaar met zo’n 15 procent, meldde topvrouw Nicola Leibinger-Kammüller haar honderden Nederlandse toehoorders vorige week op de Hannover Messe.

Bedrijven als Trumpf zijn er in Duitsland volop. Ze vormen de ruggengraat van de Duitse economie en behoren wereldwijd vaak tot de koplopers in hun segment. Op de Hamburger Messe vielen deze hightechbedrijven op tussen hun internationale concurrenten, onder meer door hun grote aanbod van nieuwe, innovatieve producten.

Mittelstand

Deze bedrijven zijn voorbeelden van wat in Duitsland de Mittelstand wordt genoemd. De Mittelstand geldt als groot en innovatief, maar de grootste spelers in de Duitse maakindustrie, concerns als BMW, Bosch, Siemens en Volkswagen, slagen er ook in om met nieuwe, hoogwaardige producten te scoren op de wereldmarkten. Samen zijn zij er verantwoordelijk voor dat Duitsland het goed doet op de internationale innovatieranglijstjes.

Op de Innovation Union Scoreboard van de Europese Commissie bekleedt Duitsland bijvoorbeeld een derde plaats. Het land is daarmee een ‘innovatieleider’, net als de drie veel kleinere Noord-Europese landen Zweden, Denemarken en Finland. Nederland moet genoegen nemen met het predicaat ‘innovatievolger’. Er zijn nog negen andere lidstaten die volgens Brussel net niet tot de Europese top behoren.

Dominantie

Het verschil tussen Nederland en Duitsland wordt nog duidelijker als gekeken wordt naar de uitgaven aan onderzoek als percentage van het bruto binnenlands product. Volgens Eurostat stak Duitsland in 2013 2,85 procent van het bruto binnenlands product in innovatie. Alleen Finland, Zweden en Denemarken scoorden nog hoger op dit vlak. Nederland kwam niet verder dan een percentage van 1,98 procent, meldt het FD.

Een verklaring voor de voorsprong die Duitsland genomen heeft, is de dominantie van de Mittelstand. Middelgrote en kleinere bedrijven in Nederland investeren minder in onderzoek en ontwikkeling en hebben de blik minder gericht op de toekomst. Zeker zo belangrijk is het grote aandeel van de industrie in de Duitse economie, waar Nederland koos voor de dienstensector. Met meer industrie wordt er meer geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling.

Boegbeeld

Daarnaast bestaat er in de Duitse samenleving een sterke consensus over het belang van economische groei. Die overeenstemming over het te voeren innovatie- en industriebeleid zorgt voor continuïteit in de politieke aanpak: een zegen voor het bedrijfsleven. Bovendien zet bondskanselier Angela Merkel zich persoonlijk in voor het industriebeleid en geldt zij als een boegbeeld van de innovatie.