Het Icarus-effect

Er is sinds de jaren 90 een groeiende interesse voor supply chain management (SCM) en wordt de functie gezien als potentiële bron van concurrentievoordeel. Dit heeft zijn effect gehad op de rol en positie van SCM executives. Steeds meer bedrijven benoemen een Chief Supply Chain Officer (CSCO) en sommigen van hen hebben zelfs een vaste plek in de board (o.a. Siemens en Unilever). Echter, het alleen benoemen van een CSCO is niet voldoende. De actieve betrokkenheid en support van het topmanagement zijn tevens van groot belang om de strategische potentie van SCM waar te maken (Larson et al, 2007) en het hele bedrijf meer SCM-georiënteerd te maken. Een mooi voorbeeld hiervan is de succesvolle Unilevertandem tussen Paul Polman (CEO) en Pier Luigi Sigismondi (CSCO), die er in vier  jaar tijd in zijn geslaagd om van Unilever een ware leader in SCM te maken (Gartner, 2014).

Wagner en Kemmerling (2014) hebben recent empirisch onderzocht in hoeverre de aanwezigheid van een CSCO en de actieve betrokkenheid van topmanagement gerelateerd zijn aan firm performance. De empirische basis werd gevormd door 211 Amerikaanse ondernemingen uit verschillende sectoren. Voor de periode 2004–2009 hebben ze een 30,9 procent stijging waargenomen in het aantal CSCO’s (van 55 naar 72). Echter, de CSCO’s maken nog maar slechts 3,3 procent uit van de totale groep van 2185 CXO’s (incl. CEO, CFO, COO, etc.).

De grote vraag is of de aanstelling van CSCO’s heeft geleid tot betere bedrijfsresultaten bij de desbetreffende bedrijven. Uit de data van Wagner en Kemmerling komt een bijzonder effect naar voren. Bedrijven met een CSCO laten namelijk een significant lager bedrijfsresultaat zien dan bedrijven zonder CSCO. Dit spreekt recent onderzoek van Ellinger (2011) tegen. Hij concludeerde dat bedrijven die door experts worden erkend als ‘best practice’ op gebied van SCM, vaak een superieure financiële performance laten zien.

Hoe komt dit? Is hier sprake van een Icarus-effect? Zijn we als SCM-professie te dicht bij de zon (lees ‘CEO’) gaan vliegen en riskeren we het om net als Icarus door hoogmoed neer te storten in zee? Kunnen we onze SCM-beloften eigenlijk niet waarmaken in de board? Naar mijn mening hebben de onderzoekers geen gelukkige hand gehad in het kiezen van hun afhankelijke variabele. Er zijn natuurlijk veel meer factoren die het operationele bedrijfsresultaat beïnvloeden dan het al dan niet aanwezigheid zijn van een CSCO. Het was correcter geweest om CSCO-presence te koppelen aan specifieke SCM-performance-indicatoren en dus niet aan het operationele bedrijfsresultaat.

Het kan natuurlijk ook zo zijn dat een CSCO juist wordt aangesteld als de firm performance onder druk staat en er behoefte is aan beter presteren in de toekomst. Bedrijven die het financieel goed doen, zullen wellicht minder snel een CSCO aanstellen. Het is maar dat u het weet!

Frank Rozemeijer is NEVI hoogleraar Purchasing & Supply Management aan Maastricht University
f.rozemeijer@maastrichtuniversity.nl