Heineken gaat moutleveranciers financieren

Heineken heeft een project opgezet voor de financiering van moutleveranciers. Producenten van dit essentiële ingrediënt kunnen dankzij de hogere kredietwaardigheid van de bierbrouwer hun moutvoorraden goedkoper financieren dan nu het geval is, wat leidt tot een lagere kostprijs. Op lange termijn leidt dit supply chain finance-programma tot meer stabiliteit in de supply chain omdat de kans op financiële problemen bij moutleveranciers afneemt. Heineken vertelde over het project tijdens een workshop voorafgaand aan de installatie van Michiel Steeman als lector supply chain finance aan de Hogeschool Windesheim op 31 oktober 2014.

Tijdens de workshop deelden Heineken, Unilever en Philips hun visie op pre-shipment finance als de volgende stap in supply chain finance. De meeste financieringsoplossingen beperken zich op dit moment nog tot post-shipment finance, wat in de praktijk neerkomt op het financieren van facturen (reverse factoring). Zodra een zending is afgeleverd en de factuur is gestuurd en goedgekeurd, kan de leverancier ervoor kiezen om zich direct te laten uitbetalen door de bank die namens de afnemer als financier optreedt. Hij betaalt daarvoor echter wel een fee, die dankzij de hogere kredietwaardigheid van grote afnemers zoals Heineken, Unilever en Philips vaak lager is dan wanneer de leverancier zelf bij de bank zou aankloppen.

Reverse factoring stelt zowel leveranciers als afnemers in staat om hun cash-positie te verbeteren. Leveranciers krijgen eerder hun geld, terwijl afnemers pas veel later hoeven te betalen. Dat is niet alleen interessant voor kleine leveranciers, blijkt tijdens de workshop. Een leverancier zoals Cargill heeft een hogere kredietwaardigheid dan Heineken, maar maakt toch gebruik van diens supply chain finance-programma vanwege de voordelen van early cash.

Financiering van gerst

Onder de noemer Supply Chain Finance 2.0 onderzoeken Heineken, Unilever en Philips samen met wetenschappers zoals Steeman de mogelijkheden van financieringsoplossingen die verder stroomopwaarts in de keten reiken. Dat leidt niet alleen tot betere financiële prestaties van de betrokken ketenpartners, maar ook tot reductie van de risico’s in de supply chain. Bedrijven verkrijgen meer zekerheid over de levering van cruciale grondstoffen of componenten en lopen minder kans om met failliete leveranciers te worden geconfronteerd.

‘Naast de eerstelijns leveranciers worden ook de tweede- en derdelijns leveranciers steeds belangrijker. Apple heeft bijvoorbeeld voor zijn speakers een zeldzaam mineraal nodig dat uit de binnenlanden van China komt. Financiële stabiliteit van leveranciers van deze mineralen is essentieel voor aanvoer. Door de grip op de inkoop van dit mineraal te versterken, kan Apple zijn risico’s beperken’, vertelt onderzoeker Christiaan de Goeij van Windesheim.’

Heineken heeft ook onderzoek gedaan naar de financiering van de leveranciers van gerst, het materiaal waaruit mout wordt gemaakt. Een financiële instelling zou in dat geval de gerstvoorraad opkopen en in eigendom houden totdat Heineken het mout nodig heeft voor het brouwen van bier. De moutproducent krijgt in deze constructie dan een tolling fee voor het produceren van mout, terwijl de goederen tijdens dat proces eigendom van de financiële instelling blijven. ‘Het punt is dat gerst slechts eens per jaar wordt geoogst, terwijl de afname het hele jaar doorgaat. Dat betekent dat er hoge gerstvoorraden in de keten bestaan die nu door de leveranciers tegen hoge rentetarieven moeten worden gefinancierd’, aldus Matthijs van Bergen, de stagiair van Windesheim die bij  Heineken onderzoek heeft gedaan naar supply chain finance.

Geen constante kwaliteit

Op dit moment blijkt financiering van gerstleveranciers niet haalbaar omdat de financiële instellingen het risico niet aandurven. Gerst is immers een natuurproduct, waardoor de leveranciers geen constante kwaliteit kunnen garanderen. Dat betekent dat bij de aankoop van gerstvoorraden onzeker is hoeveel mout uit de gefinancierde gerstvoorraad gemaakt kan worden. Van Bergen: ‘Probleem is dat de kwaliteit van het gerst pas wordt gemeten op het moment dat het de moutproductie ingaat. Wellicht kunnen we het risico voor financiële instellingen verlagen als we de kwaliteit direct na de oogst meten.’

De supply chain finance-programma’s van Unilever en Philips beperken zich op dit moment nog tot reverse factoring. Bij Philips worden ongeveer 300 leveranciers op deze manier gefinancierd, goed voor 13 procent van het inkoopbedrag. Bij Unilever gaat het om 1 miljard van de 40 miljard euro die het bedrijf aan inkoop besteed. Jean Christian Dumas van Unilever: “Dat gaat vooral over leveranciers van grondstoffen. We zijn nu aan het onderzoeken of we dit kunnen uitbreiden met andere leveranciers zoals logistiek dienstverleners. Daarnaast denken we na over voorraadfinanciering. Heinz en Nestlé doen dat al langer, maar voor Unilever is dat een nieuw concept”, aldus Unilever.