Gebruik van schone brandstoffen in wegvervoer stagneert

Het gebruik van schone brandstoffen in het Nederlandse wegvervoer stagneert. De politieke doelstelling om de CO2-uitstoot te verminderen wordt dan ook bij lange na niet gehaald. Dat blijkt uit een nieuw rapport van onderzoeksbureau Panteia in opdracht van ING en verzekeraar TVM, meldt het FD van 6 september 2017.

Een groot probleem voor de sector is het ontbreken van een alternatief netwerk: Nederland telt bijna 4000 traditionele tankstations, tegenover bijvoorbeeld dertig innamepunten voor LNG (vloeibaar gas). Ook de door de onderzoekers aanbevolen biobrandstoffen voor binnenlands vervoer zijn niet gemakkelijk verkrijgbaar.

Om die reden durven vrachtvervoerders de stap niet aan en kiezen ze, nu de economie weer aantrekt, voor uitbreiding van hun wagenpark met traditionele diesels. Ze hebben bovendien weinig vertrouwen in de opgegeven prestaties van de schone brand-stoffen; de verschillende schandalen bij autofabrikanten maken het er ook niet beter op.

Geen gunstig businessmodel

‘Er is over het algemeen geen gunstig businessmodel voor een bedrijfsvoertuig dat rijdt op een alternatieve brandstof’, constateren de rapporteurs. Dat heeft vooral te maken met de hoge aanschafprijzen van zulke wagens. ‘Alleen in heel specifieke niches onder specifieke omstandigheden en voorwaarden kan een bedrijfsvoertuig op alternatieve brandstoffen kostentechnisch concurreren met een dieselvoertuig.’

Begin dit jaar reden in Nederland nog maar 900 van de 196.000 vrachtwagens rond die een alternatieve brandstof gebruiken. Vaak is dat aardgas. Vrachtwagens op elektriciteit zijn er nauwelijks. Vergeleken met vijf jaar geleden zijn er met de overgang naar schonere brandstoffen in het wegvervoer ook maar weinig vorderingen gemaakt. Veruit de meeste zware vrachtwagens (98,1%) rijden nog gewoon op diesel, aldus het FD.