Export van zuivel naar China wordt ingeperkt

De Nederlandse zuivelfabrikanten zijn verontrust over beperkingen op de export naar China. Alleen door Peking erkende zuivelbedrijven mogen momenteel nog exporteren naar China. Een en ander heeft tot gevolg dat westerse producenten zich verdringen om joint ventures met Chinese leveranciers aan te gaan, bericht het FD van 4 juli 2014.

De Chinese vraag naar melk en (westerse) melkproducten is sinds 2008 verdrievoudigd en heeft de melkprijzen wereldwijd tot historische hoogten gebracht. Daar dreigt nu verandering in te komen. Dit terwijl de Nederlandse zuivelbedrijven zich hadden ingesteld op een groeiende afzet in China. Er is juist – ook door afschaffing van de melkquota in 2015 – flink in productiecapaciteit geïnvesteerd.

Volgens Bob Gutjahr, directeur van het Nederlandse Robin Food, buitelen grote Europese babymelkpoederfabrikanten momenteel dan ook over elkaar heen om een samenwerkingsverband aan te gaan met Chinese leveranciers. FrieslandCampina bijvoorbeeld is in gesprek met het Chinese zuivelconcern Huishan over een joint venture voor kindervoeding. In ruil voor vaste voet aan de grond verwacht China dat de Nederlandse zuivelgigant kennis en technologie deelt.

China zelf stuurt aan op schaalvergroting van de binnenlandse zuivelindustrie. Vorige maand presenteerden de autoriteiten ambitieuze fusieplannen voor fabrikanten van onder meer zuigelingenvoeding. In 2018 moet 85 procent van de binnenlandse markt voor babyvoeding worden beheerst door een handvol conglomeraten. De overige 15 procent is gereserveerd voor importmerken. Voor die consolidatie maken de autoriteiten miljarden yen aan overheidssteun vrij.

China moet het proces van schaalvergroting echter niet onderschatten, waarschuwt zuivelanalist Herma van den Pol in het FD. De melkveehouderij is volgens haar een risicovolle industrie die forse investeringen en specifieke expertise vraagt. Daarnaast is de logistiek in zo’n groot land moeilijk te organiseren en zijn grote hoeveelheden water en land nodig. En die zijn als gevolg van vervuiling en competitie met voedselgewassen schaars in China.

China kan dus niet om het buitenland heen om in de nationale zuivelvraag te voorzien én het imago van de eigen sector op te vijzelen. Daarom investeert het zelf ook overzee. Synutra International sloot bijvoorbeeld een investeringsdeal van 100 miljoen euro met de Franse zuivelcoöperatie Sodiaal/Euroserum voor de bouw van twee fabrieken in Bretagne. Biostime sloot een financierings- en bevoorradingsdeal met Arla Foods in Denemarken. En Ausnutria, tot slot, bezit aandelen in een zuivelfabriek in Heerenveen.