Een druppel op een gloeiende plaat?

Wie heeft de regie in de supply chain: de supply chain director of de CFO?’ Over die vraag schreef ik jaren geleden al een artikel. Door de huidige economische situatie staat werkkapitaalreductie bij veel organisaties hoog op de agenda en is de vraag weer actueel.

Met name bij productie- en handelsbedrijven zit er veel geld (kapitaal) vast in voorraden. Bij privately owned companies zijn het vooral de directeuren/eigenaren die de financiële gevolgen dragen als het even minder gaat. Bij multinationals willen aandeelhouders onverminderd rendement zien. Daarom – als we over het verlagen van werkkapitaal praten – luidt het antwoord: de CFO heeft de regie, niet de supply chain director. De CFO is sinds de start van de crisis meer en meer zijn stempel gaan drukken op het voorraadbeheer.

Door de groeiende invloed van de CFO zijn financiële KPI’s steeds belangrijker geworden in de supply chain. Daar komt bij dat een gezonde voorraad een must is als je een financiering van een bank wilt. De voorwaarden hiervoor worden namelijk steeds verder aangescherpt. Hoe hoger het risico op incourantie, hoe risicovoller een financiering is voor de bank. Daarom moet deze zo nauwkeurig mogelijk inschatten welk deel van de voorraden van zijn klanten courant is. Voor een bankier is het echter lastig een goede inschatting te maken. Ondanks de aangescherpte financieringsvoorwaarden schrijft de gemiddelde Nederlandse bank namelijk jaarlijks voor honderden miljoenen aan voorraden van failliete klanten af. Naar mijn mening wordt er niet genoeg aan gedaan om dit te voorkomen.

Bankiers onderkennen het feit dat een betere inschatting van de gezondheid van voorraden geld kan besparen. Zij hebben echter niet genoeg zeggenschap om de wijze waarop deze inschatting wordt gemaakt samen met ons te verbeteren. Wanneer we vervolgens in gesprek gaan met een raad van bestuur van een bank, krijgen we nul op het rekest.

Blijkbaar maakt een besparingspotentieel van tientallen miljoenen op hen geen indruk. Ik verbaas me hier al jaren over. Enerzijds scherpen de banken de financieringsvoorwaarden aan omdat ze hun risico willen verlagen. Anderzijds willen ze niet samen met ons aan de slag om de risico’s beter in te schatten en krijgen bedrijven steeds moeilijker een lening. Het bedrag dat jaarlijks wordt afgeschreven, lijkt voor de banken misschien maar een druppel op een gloeiende plaat. Als dit bedrag echter geïnvesteerd zou worden in Nederlandse bedrijven met gezonde voorraden, krijgt onze economie een flinke boost.

Aan de bankier die het wél wil oplossen: neem vooral contact met me op.

Michel Winter
Business Manager Slimstock
Nederland