Defensie zoekt meer samenwerking met industrie

‘Ik ben bezorgd, maar niet somber’, dat zei luitenant-generaal Mart de Kruif, Commandant Landstrijdkrachten, tijdens het Materieel Logistiek Diner in Soesterberg op 29 oktober 2012. Het was de tweede keer dat de Koninklijke Landmacht een logistiek diner organiseerde waarbij het input vroeg aan het bedrijfsleven en wetenschappers.

Waar het tijdens de eerste editie in oktober 2008 ging over ‘embedded logistics’, de vraag of hiërarchie in de organisatie het leren blokkeert en of robuuste logistiek centrale aansturing vereist, was het centrale thema nu veiligheid en samenwerking met de industrie.

Op het gebied van vervaardiging van materieel, onderhoud, instandhouding en transport maakt defensie al jarenlang gebruik van civiele dienstverleners, zoals instandhouding van vrachtwagens en vliegtuigen. Ook in missies maakt defensie intensief gebruik van civiele dienstverleners, zoals onderhoud aan voertuigen, catering en (lucht)transport in het inzetgebied en ondersteunende logistieke diensten, zoals reiniging van wasgoed. Defensie heeft in bredere zin belang bij een vitale, innovatieve en concurrerende defensie gerelateerde industrie in Nederland.

Veiligheid
Tijdens het diner werd er veel gesproken over de nieuwe coalitie en de nieuwe minister Jeanine Hennis-Plasschaert. Tussen de gangen door namen verschillende prominenten het woord, waaronder Mart de Kruif, Commandant Landstrijdkrachten, en Cent van Vliet, directeur van de Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid. De landmacht overlegt met een aantal leden van deze stichting over manieren om de samenwerking te stroomlijnen en intensiveren. ‘Veiligheid komt niet vanzelf. Samenwerking komt niet vanzelf’, begon Van Vliet. ‘De regie van veiligheid ligt bij militairen. Operators van defensie erkennen dat ze dit niet alleen kunnen. Bedrijfsleven en defensie hebben elkaar nodig als het gaat om onderhoud en logistiek.’

Deelnemers kregen een sneak preview van de nieuwe video over de rol van de landmacht. In het filmpje – dat overigens nog niet af was – werd onder meer uiteengezet waar en wanneer de Nederlandse krijgsmacht allemaal wordt ingezet. Niet alleen in het buitenland, maar vooral ook in ons eigen land.

De Kruif, die op 25 oktober 2011 het commando overnam van luitenant-generaal Rob Bertholee, gaf aan zich zorgen te maken om het kwetsbaarheidsgevoel van Nederland. ‘Kennelijk is er geen gevoel van onveiligheid in Nederland. Dat is een verdienste, want dat hebben we toch mooi bereikt gedurende tientallen jaren.’ Maar met het oog op de verdergaande bezuinigingen is het gevoel dubbel. ‘Ik ga tussen de 1.500 en 2.000 mensen ontslaan volgend jaar. Dat is een hard gelag’, zei De Kruif. ‘Alle lucht is uit het systeem als het gaat om doelmatigheid.’

De Kruif zegt zijn Noorse collega Oppedahl goed te kennen. ‘In Noorwegen was ook geen gevoel van onveiligheid. Dat heeft één actie van één man (Anders Breivik, red.) op één dag totaal veranderd. Vandaag de dag staat daar de garde van de landmacht stations en ministeries te bewaken en zit de minister-president in een bureau van defensie.’

Tot slot sprak De Kruif zijn zorgen uit over de dynamiek van sourcing. ‘De dynamiek van sourcing is weg bij defensie. Ik kan er mijn vinger nog niet helemaal achter krijgen, maar de manier van verwerving past niet meer bij het tempo van technologische ontwikkeling.’

Potentieel
De Kruif ziet echter ook voldoende kansen. ‘Waar de marine schepen heeft en de luchtmacht vliegtuigen, heb ik het kapitaal “mens”. Als ik kijk wat we hebben aan mankracht, infrastructuur en kennis, dan hebben we een geweldig potentieel voorhanden. De vraag is, hoe boor je het aan?’ De landmachtbaas, die verantwoordelijk is voor de gereedstelling van operationele landmachteenheden, zegt de band met de industrie te willen aanhalen. Hij zoekt naar samenwerking; niet alleen in woorden, maar naar concepten die hij kan wegzetten in de organisatie. Met de mens als krachtigste wapen.