Defensie koos voor imponeren bij terugtrekking uit Afghanistan

Bij het terughalen van militairen en materieel uit Zuid-Afghanistan stond Generaal-Majoor Jan Broeks als Commandant van de Nederlandse Redeployment Taskforce voor wat andersoortige beslissingen dan de gemiddelde logistiek manager. ‘Ik koos ervoor om te imponeren’, zegt Broeks in zijn presentatie over de beëindiging van de Nederlandse militaire missie in Zuid-Afghanistan tijdens de Logistica in de Jaarbeurs Utrecht van 13 tot 16 november 2012.

Vanaf het begin van de operatie in februari 2006 tot aan de beëindiging van de operationele activiteiten in de provincie Uruzgan in augustus 2010 heeft het Ministerie van Defensie grote hoeveelheden materieel verscheept en ingezet. Na het kabinetsbesluit tot beëindiging van de Nederlandse bijdrage werd de Redeployment Taskforce samengesteld voor de grootste logistieke operatie in de Nederlandse krijgsgeschiedenis ná de inzet in Nederlands-Indië.

Imponeren
Bij het terughalen van militairen en materieel uit Zuid-Afghanistan van juni 2010 tot januari 2011 moesten wat andersoortige afwegingen worden gemaakt dan bij een doorsnee logistieke operatie. Zeventig procent van het materiaal ging via land over de Pakistaanse havenstad Karachi naar Nederland. ‘Ik stond voor de keuze om heel vaak met kleine clubjes heen en weer te reizen – wat minder voorspelbaar is voor een tegenstander en ook minder voorbereidingstijd kost – of juist minder vaak met een groot konvooi – wat zichtbaar en voorspelbaar is’, zegt Broeks.

‘Ik koos voor het laatste en we gingen met veel toeters en bellen. We hadden zelfs grote bouwlampen voorop waardoor je het konvooi van mijlenver zag aankomen. Ik wilde imponeren en zorgen dat ze het wel uit hun hoofd lieten om het konvooi aan te vallen. En het werkte. Er zijn wel kleinere pogingen geweest, maar we hadden voldoende slagkracht om deze het hoofd te bieden.’

Zorgpunt
Broeks’ andere zorgpunt was dat er geen overeenkomst was met de Verenigde Arabische Emiraten. ‘Als je geen Status of Forces Agreement hebt, dan val je niet onder het Nederlandse recht maar onder het lokale recht. We hadden daar geen militaire status en we mochten er geen wapens of uniform dragen. Als er dan wat gebeurt, dan zit je zo in de gevangenis. Je kunt je voorstellen dat ik het niet prettig vond om mijn mensen daar naar toe te sturen.’

Op de vraag wat hij achteraf gezien anders gedaan zou hebben, antwoordt Broeks dat hij het team voor inventarisatie dat hij vooraf had gestuurd, wellicht groter zou hebben gemaakt. ‘Ik had de keuze voor materiaal of het wel of niet mee terug moest nog meer in Nederland moeten maken, niet ter plekke. Dat had tijd gescheeld in overleg met Den Haag. Voor ons is de waarde van een artikel heel anders. Van nachtkijker of infraroodkijkers wil je niet dat ze in verkeerde handen vallen. Dat is belangrijker dan de geldelijke waarde van een artikel’, aldus Broeks.