‘De kledingwinkel verdwijnt niet’

Het kán wel, geld verdienen met kledingwinkels. Dat bewijst Varova, investeerder in winkelketens Sissy-Boy en Men at Work. De Utrechtse maatschappij weet met de huidige malaise in de retail wel raad, meldt het FD van 12 mei 2016.

Vooral in het middensegment vielen bij de modeketens de afgelopen tijd de klappen. Voor Varova, dat 170 winkels telt, reden om zich juist op dit deel van markt te richten. Want schaalgrootte is volgens partner Maarten Vaessen (foto) essentieel om de problemen in de moderetail het hoofd te bieden.

Niet voor niets heeft Varova een brede portefeuille van kledingketens, die onderling zo veel mogelijk samenwerken. Bekende namen uit de Varova-stal zijn Men at Work en Sissy-Boy, evenals de modemerken Gsus, JC Rags, Kings Of Indigo en Tumble ’n Dry.

Fast fashion

Vaessen: ‘In 2010, toen we klein begonnen met Gsus, kochten wij bijvoorbeeld onze kleding via inkoopagenten. Die deden weer zaken met de fabrieken. Nu hebben we onze eigen mensen in de productielanden en doen we rechtstreeks zaken met fabrieken. Daar moet je enige omvang voor hebben.’

Volgens Vaessen moeten modeketens rekening houden met een aantal trends. Digitalisatie uiteraard, met online shoppen en een toenemend gebruik van big data. Maar ook acceleratie. Fast fashion heeft volgens hem de modecyclus van twaalf maanden of langer verkort naar twee of drie weken.

Nog zo’n trend is polarisatie. Vooral de goedkope of juist de dure ketens lijken zich te kunnen handhaven. Ook is volgens Vaessen sprake van verticalisatie: ‘Grote retailers willen meer controle en proberen daarom een groter deel van de keten van katoen tot klant te beheersen.’

Winkelstraat

Vaessen ziet de kledingwinkel dan ook niet verdwijnen. ‘Op lokaal niveau leeft misschien de vraag of de winkelstraat straks nog wel bestaat, maar buitenlandse ketens als Zara en H&M openen doorlopend winkels. Daar wordt in de boardroom helemaal niet gesproken over de vraag of er nog gewinkeld zal worden.’