Cono Kaasmakers kijkt niet naar terugverdientijd

Een 25-tal supply chain professionals bezocht op initiatief van Supply Chain Media en Jungheinrich op 30 september 2015 de nieuwe kaasmakerij van Cono Kaasmakers in Westbeemster, bekend van Beemster kaas en Oudendijk. De nieuwbouw kostte tachtig miljoen euro. De terugverdientijd was niet leidend voor de beslissing.

 

 

De 1,6 miljoen koeien in ons land zijn samen goed voor 12,7 miljard kilo melk per jaar. Meer dan de helft van deze melk wordt verwerkt tot kaas, in tegenstelling tot veel andere landen waar de productie van consumptiemelk domineert. Jaarlijks verwerkt Cono Kaasmakers 360 miljoen liter melk die de 475 aangesloten melkveelhouders leveren tot 28 miljoen kilo kaas. Daarnaast maakt het bedrijf diverse bijproducten, waaronder 14,4 miljoen kilo weipoeder.

 

Kwaliteit staat hoog in het vaandel bij de coöperatie. ‘Eén keer een goede kaas maken kan iedereen. Het is de kunst de smaak van de kaas constant hoog te houden’, meent plant manager Joost Visser. ‘Het voer is belangrijk, want dat beïnvloedt de smaak van de melk en daarmee de kwaliteit van de kaas. Daarom lopen onze koeien in de zomer buiten om vers gras te eten.’ Bovendien volgen de meeste veehouders vrijwillig drie keer per jaar workshops – de producent geeft er 200 per jaar – om hun prestaties op het gebied van dierwelzijn en milieubeheer te verbeteren.

Prijsvraag

John Mijnen, Joost Visser en Gregor Hesselink van CONO Kaasmakers

John Mijnen, Joost Visser en Gregor Hesselink van CONO Kaasmakers

‘Het economisch belang van de zuivelsector neemt toe’, zegt sales manager Gregor Hesselink. Met het verdwijnen van de melkquota binnen de EU per 1 april 2015 kwam er een einde het productieplafond. Mede gezien de sterke vraag naar zuivelproducten was dit voor veel boeren het goede moment om uit te breiden. Ook in de export van Nederlandse zuivel is kaas het belangrijkste product.

Door de verwachte toename in aanvoer van melk groeide de noodzaak om de kaasmakerij te vernieuwen en de capaciteit te vergroten. Hierbij werd vol ingezet op energiebesparing door moderne technieken. ‘We zitten hier op een werelderfgoed midden in de polder. Daar kun je niet zomaar een fabriek neerzetten. We wisten immers niet precies hoe het vergunningentraject eruit zou komen te zien’, voegt John Mijnen, projectleider nieuwbouw bij Cono Kaasmakers toe. ‘We hebben daarom een prijsvraag voor drie architecten uitgeschreven en een jury van naam en faam neergezet.’ Bastiaan Jongerius ontwierp daarop een lage en lange kaasmakerij die qua perspectief aansluit op de vormen van het polderlandschap.

Onder zeespiegel

Cono Kaasmakers 3Om een pakhuis te bouwen, ging Cono Kaasmakers tot het uiterste. Het kaasmagazijn ligt acht meter onder de zeespiegel. De kazen die hier liggen opgeslagen, moeten regelmatig worden gekeerd. Jungheinrich, dat adviseerde over de inrichting van het warehouse, koos voor twee automatische kranen van LTW Intralogistics (onderdeel van de Doppelmayr Group).

Hoe alle materialen inclusief stellingen en kranen naar binnen werden getakeld, staat Ard Ruiter van Jungheinrich nog levendig voor ogen. ‘Nu ligt er een sloot bij de ingang, maar dat was toen een enorme modderpoel. We zitten hier in een kelder zonder talud naar beneden, dus de kraan werd stapsgewijs via het dak naar binnen gebracht.’

Tijdens de rondleiding door de kaasopslag werd deze kraan speciaal voor de gelegenheid stilgezet zodat de supply chain professionals de kraan met eigen ogen konden bezichtigen. Ruiter vertelde over de beluchtingspijpen die lucht over de kaas blazen en het kraansysteem. ‘Het kraansysteem an sich is niets nieuws, maar gelet op het gewicht is het andere koek. In een kaasbox zit één batch die bij elkaar is geproduceerd en die weegt 2850 kilo.’

Afbreukrisico

Cono Kaasmakers 1Na de uitgebreide rondleiding kwam het investeringsvraagstuk aan de orde. De nieuwe kaasmakerij heeft tachtig miljoen euro gekost. Na hoeveel tijd verdient dit zich terug, vroeg een van de deelnemers zich af. Mijnen antwoordde daarop dat de terugverdientijd bij de keuze voor nieuwbouw niet leidend is geweest. ‘De oude kaasmakerij wordt te klein en is afgeschreven. De continuïteit garanderen van het maken en leveren van hoge kwaliteit Beemster-kaas is belangrijker geweest dan alleen de terugverdientijd.’

‘Als ik een grove schatting moet maken, is de terugverdientijd zeven of acht jaar. We kijken niet zozeer naar terugverdientijd, maar naar afbreukrisico. We hebben afneemplicht en moeten alle melk van onze leden verwerken en tegelijkertijd een goede melkprijs realiseren. De leden van Cono Kaasmakers hebben unaniem ingestemd met de nieuwbouw’, aldus Mijnen.

Bekijk hier de foto’s van het bedrijfsbezoek>>