‘Clockspeed verhogen om met de tijd mee te gaan’

De tijd verandert snel, maar organisaties bewegen traag mee. Te traag, betoogt Annet Aris, docent digitale strategie aan businessschool Insead in Fontainebleau en commissaris bij diverse bedrijven, in het FD van 25 oktober 2014. Niet alleen de exponentiële versnelling van data-uitwisseling en -verwerking, maar ook de explosieve groei van het aantal hoogopgeleide talenten, met name in niet-westerse economieën, heeft geleid tot een ware vloed van innovaties, aldus Aris. Zij vraagt zich echter af of de nadruk niet te eenzijdig op product- en service-innovatie wordt gelegd. Om haar betoog kracht bij te zetten, haalt ze er professor Charles Fine van MIT bij, die al eind jaren ’90 het begrip clockspeed (kloksnelheid) voor industrieën introduceerde.

Fine identificeerde industrieën die van nature een hoge clockspeed hebben, zoals de computerindustrie, games en semiconductors. De productinnovatiecycli liggen hier tussen één en drie jaar. Daarnaast zijn er medium clockspeed-industrieën, zoals autoproducenten, landbouw en luchtvaartmaatschappijen , met een innovatiecyclus van tussen vijf en tien jaar. En lage clockspeed-industrieën zoals vliegtuigbouw, petrochemie en staal, waar fundamentele productinnovatie slechts elke tien tot twintig jaar plaatsvindt.

‘Fine keek niet alleen naar de clockspeed van de productinnovatie, maar ook naar de snelheid waarmee productieprocessen en de organisatie aangepast werden. Afhankelijk van de industrie was deze innovatie circa twee, drie maal langzamer dan productinnovatie, maar deze volgde wel hetzelfde patroon van hoge, medium en lage clockspeed.’

De implicatie is volgens Aris duidelijk: als de clockspeed van een industrie versnelt, betekent dat niet alleen dat er meer nieuwe producten ontwikkeld moeten worden, maar ook dat processen en organisatie regelmatiger op de schop moeten. In de praktijk zie je volgens Aris echter dat er toch veel meer aandacht wordt gegeven aan het ‘wat’ (welke nieuwe producten en services) dan aan het ‘hoe’.

‘Een gevolg van onze steentijdhersenen’, betoogt Aris, ‘die juist in tijden van snelle verandering de gang van zaken graag zo veel mogelijk bij het oude willen houden om niet te zeer te worden overstelpt door alle vernieuwingen. En het invoeren van een nieuw product is veel minder bedreigend dan het fundamenteel veranderen van processen, laat staan organisaties.’

Hoewel dit op het eerste gezicht veiliger lijkt, bedriegt de schijn, meent Aris. ‘Een nieuw product of een nieuwe service is veel gemakkelijker te imiteren dan nieuwe processen of organisaties. En op den duur zullen de product-, de proces- en de  organisatieklokken synchroon moeten lopen om te voorkomen dat de spanningen in het systeem te groot worden. Om niet uit de draaimolen te vliegen, is stevig vasthouden alleen niet genoeg, maar moeten nieuwe middelpuntzoekende krachten gecreëerd worden.’