Clancultuur randvoorwaarde voor succes

Bedrijven met een clancultuur leveren betere bedrijfsprestaties en realiseren meer waarde voor hun klanten. Als ze bovendien elementen van een adhocratiecultuur bevatten, scoren ze eveneens beter op integratie met klanten en leveranciers. Dat blijkt uit een onderzoek van BLMC, Nyenrode Business Universiteit en Universiteit Twente naar de relatie tussen bedrijfscultuur en de prestaties op het gebied van supply chain management.

 

Het onderzoek onder 124 supply chain professionals toont aan dat succes met supply chain management voor een belangrijk deel afhangt van de cultuur die in het bedrijf heerst. In bedrijven met een clancultuur bijvoorbeeld werken de verschillende disciplines zoals verkoop, marketing, productie en inkoop beter met elkaar samen. Het resultaat is dat ze efficiënter en effectiever dan gemiddeld zijn in het realiseren van klantwaarde, denk aan het vermogen om producten aan te passen aan klantwensen, in korte tijd nieuwe producten te introduceren en alert te reageren op veranderingen in de markt. ‘Een kenmerk van een clancultuur is dat de medewerkers worden gewaardeerd, zich op hun gemak voelen en bereid zijn om hun collega’s te ondersteunen. Ze functioneren als één grote familie, waarvan de leden bereid zijn om voor elkaar een stap extra te zetten zonder direct iets terug te verwachten’, vertelt onderzoeker Maarten Snijders van BLMC.

Andere kenmerken van een clancultuur zijn gedeelde normen en waarden, en de ruimte voor mensen om zich te ontplooien en zelf beslissingen te nemen. Een voorbeeld is een organisatie met semiautonome teams die worden afgerekend op teamniveau in plaats van individueel niveau. ‘Veel bedrijven hebben voor elke discipline zoals verkoop, marketing, productie en inkoop verschillende prestatie-indicatoren gedefinieerd, wat leidt tot onderlinge verdeeldheid. Een betere oplossing is om de organisatie horizontaal in te richten, waarbij iedereen die aan dezelfde product/marktcombinatie of supply chain werkt op basis van dezelfde prestatie-indicatoren wordt afgerekend. Alleen in situaties met gelijke waarden en normen en mensen die dezelfde belangen en doelen delen komt samenwerking echt van de grond’, stelt Snijders.

Innoveren en pionieren

Naast interne samenwerking is externe samenwerking met klanten en leveranciers een ander belangrijk aspect van supply chain management. Het onderzoek laat zien dat bedrijven met een adhocratiecultuur op dit aspect het beste scoren. Dergelijke bedrijven bieden de meeste ruimte om te innoveren en pionieren, een belangrijke voorwaarde voor het opzetten van samenwerking in de keten. Kenmerken van een adhocratiecultuur zijn ondernemerschap, creativiteit en het lef om risico’s te nemen, allemaal vanuit de wens om onderscheidend te zijn. Bedrijven met deze cultuur hebben continu verbeteren als adagium en zijn innovatief, waardoor ze vaak de beschikking hebben over de nieuwste middelen en technologieën. ‘Ze lopen voorop met het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten als antwoord op de continu veranderende marktvraag. Ze tonen aanpassingsvermogen, flexibiliteit en creativiteit in een omgeving die wordt gekenmerkt door onzekerheid, ambiguïteit en informatie-overload’, weet Snijders.

De vraag is wat beter is, een bedrijf met een clancultuur of een adhocratiecultuur? Snijders houdt het op een mix van beide culturen: ‘Een bedrijf zal eerst intern moeten integreren voordat het succes kan hebben met externe integratie. Dat betekent het realiseren van een clancultuur waarin mensen op basis van vertrouwen en gelijkheid met elkaar samenwerken aan maar één doel: het maximaliseren van de klantwaarde. Daarnaast is de adhocratiecultuur belangrijk om op de juiste wijze te kunnen omgaan met de continu veranderende omgeving. Een dergelijke organisatie weet zich continu te verbeteren, speelt adequaat in op veranderingen en levert onderscheidend vermogen. Kortom: met een mix van beide culturen komen de essentiële waarden van supply chain management zoals klantwaarde, integraliteit, onderscheidend vermogen en continu verbeteren het beste tot hun recht.’