Caravan-producent Kip haalt bezem door fabriek

Het eerste dat de nieuwe eigenaren van Kip Caravan deden, was het complex in Hoogeveen grondig verbouwen. Niet alleen om de assemblage van de caravans te stroomlijnen, maar ook als signaal naar de werknemers dat Kip van vroeger passé is. Dat schrijft het AD op 16 februari 2013.

In 2010 zag het er niet goed uit voor Kip Caravan. Vanaf eind jaren zestig werd de Hoogeveense  producent speelbal van buitenlandse investeerders en raakt de afgelopen decennia zo ver weg van de oorspronkelijke doelstellingen dat het doek na 76 jaar definitief leek te vallen.

Henk Gunnink, eigenaar van het bedrijf Boedelbak, kwam op dat moment net terug uit Thailand waar zijn zakenpartner Harry Sprangers fraai gevormde opbouwen voor zijn laadbakken ging produceren. Toen Gunnink de foto’s aan zijn vrouw liet zien, zei zij: ‘De boedelbak lijkt zo net op een caravan en trouwens, in de krant staat dat Kip te koop is.’

Een overname werd Gunnink afgeraden, omdat hij geen verstand had van produceren. Gunnink was zo druk bezig geweest met de onderhandelingen dat hij het contact zakenpartner Sprangers intussen verwaarloosd had. Hij bood telefonisch excuses aan en vertelde waar hij mee bezig was geweest. ‘Maar Henk’, antwoordde Harry. ‘In een vorig leven heb ik voor een groot Amerikaans bedrijf vliegtuigkeukens gebouwd. Ik heb wél verstand van het inrichten van een fabriek.’

Samen met een derde investeerder besloten Gunnink en Sprangers het erop te wagen. Ze haalden de bezem door de fabriek om duidelijk te maken dat er een nieuw tijdperk was aangebroken. ‘Het moest zijn alsof je een nieuw bedrijf binnenstapte.’ De monteurs kregen nieuwe bedrijfskleding: smetteloos wit. ‘Als je werkt aan een topproduct horen daar geen vlekken bij. Blijft je kleding schoon, dan blijven de kussens in de caravan dat ook.’