Boze leveranciers Scapino willen voorraden terug

Leveranciers van schoenen aan Scapino zijn woedend op de bij het faillissement betrokken banken en curatoren. Ze betichten hen ervan een vies spelletje te spelen, om zich zo nog niet betaalde voorraden toe te kunnen eigenen. Dat bericht het FD van 8 februari 2016.

De leveranciers, veelal afkomstig uit Zuidoost-Azië, zouden te laat en te summier voor het faillissement gewaarschuwd zijn. De waarschuwing zelf was gesteld in het Nederlands en werd met de reguliere post verstuurd. Een deel van de leveranciers is daardoor te laat om de eigendommen nog terug te kunnen vorderen. De goederen vallen nu toe aan de boedel; de banken kunnen die via hun pandrecht later weer verkopen.

Een deel van de tientallen leveranciers van Scapino dreigt hierdoor om te vallen of in ieder geval forse schade op te lopen. Het gaat in veel gevallen om goederen die op de kade staan of onderweg zijn naar Nederland. Scapino is op dat moment al eigenaar, met de verplichting binnen zestig tot negentig dagen te betalen. Maar door het faillissement komt het daar niet van.

Nadelig voor nieuwe eigenaar

Het gesteggel over de voorraden kan ook nadelige gevolgen hebben voor schoenenketen Ziengs, de nieuwe eigenaar van Scapino. Ziengs krijgt op 24 februari Scapino overgedragen. Gedupeerde leveranciers kunnen nu van Ziengs vanwege de geleden schade alsnog betaling eisen, alvorens nieuwe partijen schoenen te leveren.

Een bijkomend probleem is ook dat goederen uit goederencontainers die nog niet zijn vrijgegeven, te laat bij het doorstartende Scapino binnenkomen. Zo meldt een leverancier het FD dat er al een maand voorraad in de haven staat. ‘Dat zijn seizoensgoederen en die kun je straks niet meer kwijt. Dit is dodelijk voor een grootwinkelbedrijf.’

Containers niet opengemaakt

Genoemde leverancier heeft zelf een eigendomsvoorbehoud, maar kan desondanks niet bij zijn goederen. Die zitten namelijk in containers samen met producten van andere Macintosh-ketens, zoals Dolcis en Manfield, waarvoor nog geen regeling is. Die containers worden daarom niet opengemaakt. Daar komt bij dat de goederen op dure plekken in de Rotterdamse haven staan, waardoor de kosten oplopen en de waarde ervan afneemt.