Big data brengen gaten in transportprocessen aan het licht

Saloodo!

Een grote logistiek dienstverlener ontdekte onlangs dat op jaarbasis duizenden uren ‘verdwenen’ omdat chauffeurs te laat of zelfs helemaal niet de knop ‘wachten’ op hun boordcomputer intoetsten. Dit inzicht ontstond door de aankomsttijden van vrachtauto’s bij distributiecentra op basis van GPS-coördinaten te vergelijken met de tijdstippen waarop de chauffeurs de wachtknop indrukten. Daar zaten soms grote verschillen tussen. De chauffeur die alom werd geprezen omdat hij nooit wachturen had, bleek gewoon zijn boordcomputer niet correct te bedienen.

Door Marcel te Lindert

Bovenstaand voorbeeld ging over tafel tijdens een ‘talking dinner’ van Inergy, specialist in business intelligence, over big data in de logistiek. Herman Roose, tot voor kort ceo van Bakker Logistiek Groep, is overtuigd van de kracht van data. ‘Data leveren een onverbiddelijk inzicht in de kwaliteit van processen. Heel veel beelden in hoofden van managers worden door data bevestigd of juist enorm ontkracht. Dat laatste roept vaak weerstand op, met als veel aangehaald argument dat de juiste data niet worden gebruikt.’

Roose ervaart dat veel mensen in de logistiek niet op data durven te vertrouwen. Hij heeft zijn hoofd planning eens gevraagd om een dag lang volledig te sturen op de planning zoals die uit de computer komt. Toen de planner dat na aanvankelijke tegensputteringen toch deed, leverde dat een lijstje op met 29 goede ritten en 1 slechte rit met een slechte beladingsgraad. ‘Die ene slechte rit heeft hij alsnog verdeeld over die 29 goede ritten, maar wat levert dat op? 29 slechte ritten? Ik heb hem voorgesteld om die slechte rit voortaan te verkopen’, vertelt Roose.

Roose adviseert bedrijven om in ieder geval te beginnen met analyseren van data. ‘Start in kleine stappen, dan komt vanzelf een verandering op gang. Mensen zijn helemaal niet onwillig om met data aan de slag te gaan, ze weten alleen niet wat ze missen. Als ze door de eerste uitkomsten eenmaal getriggerd zijn, willen ze steeds meer weten en nog dieper in de data graven.’

Wie begint, ontdekt al snel dat veel meer inzichten uit data kunnen worden gehaald dan gedacht. ‘Planners die aangeven dat ze niet uit het systeem kunnen halen hoeveel lege kilometers er worden gereden? Onzin, laat ze maar aan de slag gaan. Wat nodig is, is iemand die de juiste vragen stelt’, antwoordt Roose.

Eén van de inzichten is dat processen vaak veel minder gestandaardiseerd zijn dan gedacht. ‘Als iedereen van mening is dat de goederenontvangst in elk warehouse op dezelfde manier plaatsvindt, hoe kan het dan dat er wel ontvangstdata van het eerste maar niet van het tweede warehouse zijn? Wie processen standaardiseert, verkrijgt consistentere data en kan betere beslissingen nemen. Maar al te vaak blijkt dat veel beslissingen op onderbuikgevoel en niet op basis van data worden genomen.’

Roose benadrukt dat angst voor big data niet nodig is. ‘Data zijn ‘big’ zolang ze niet doorgrondelijk zijn. We praten over big data omdat de data ongestructureerd en ontoegankelijk zijn, maar dat hangt af van het instrumentarium waarmee we die data kunnen bewerken. Ik ben ervan overtuigd dat wat we nu big data noemen over tien jaar helemaal niet meer ‘big’ is omdat we dan allemaal over betere tools beschikken.’