Betere samenwerking in de supply chain begint bij jezelf

‘Gij zult samenwerken’ is één van de belangrijkste geboden uit het handboek voor supply chain management. Of de pogingen tot samenwerking succes opleveren, hebben supply chain professionals grotendeels zelf in handen. Dat blijkt uit de workshop van Bert van Dijk tijdens de voorverkiezing Supply Chain Professional 2015 bij Interface in Scherpenzeel op 18 april 2015. ‘Wie zich dominant gedraagt, roept onderdanig gedrag bij de ander op. Wie nabijheid toont, krijgt dat weer terug’, stelt de trainer en schrijver van het boek ‘Beïnvloed anderen, begin bij jezelf’.

Door Marcel te Lindert

Van Dijk baseert zijn uitspraken op de Roos van Leary. Dit interactiemodel maakt onderscheid tussen acht verschillende types. De ‘bepaler’ zet bijvoorbeeld graag de lijnen uit, de ‘stille’ trekt zich terug uit de communicatie. De ‘leider’ komt graag met nieuwe voorstellen, de ‘volger’ vindt deze allemaal uitstekend. ‘Iedere manager moet soms een bepaler zijn, daarmee is niets mis. Het probleem is dat elk type kan doorschieten in zijn gedrag. De bepaler wordt dan een dictator, terwijl de stille zich onttrekt van elke verantwoordelijkheid. De leider lanceert het ene voorstel na het andere, de volger reageert slaafs en is overal voor te porren’, stelt Van Dijk. Hij spreekt over ‘lastige types’.

Uit de zaal volgen genoeg voorbeelden van lastige types, zoals de bepaler die steeds weer zonder verdere toelichting zegt wat er moet gebeuren. Of neem de medewerkers die op geen enkele manier initiatief tonen. ‘Wat dat bij me oproept? Enorme irritatie’, roept één van mensen in de zaal.

Van Dijk herkent de situaties, die hij voorbeelden noemt van knellende interactiepatronen. Een voorbeeld is de ‘grenzensteller’ die met uitspraken als ‘nu moet je eens goed luisteren’ opstandige reacties kan oproepen. Als zowel de grenzensteller als opstandige volharden, kan dat resulteren in een agressiespiraal. ‘Dat het botst kan soms goed zijn om de boel op scherp te zetten, maar moet op een gegeven moment ook weer ophouden. De kunst is een dergelijke agressiespiraal te doorbreken’, stelt van Dijk.

Klik op de image voor een grotere afbeelding

De Roos van Leary geeft aan hoe dat kan: door zelf het gedrag te vertonen dat in de Roos van Leary recht tegenover het problematische gedrag staat. Wie opstandig is en voortdurend de kont tegen de krib gooit, kan de agressiespiraal doorbreken door zich op te stellen als een ‘ondersteuner’ die vraagt hoe hij de grenzensteller tegemoet kan komen. Van Dijk: ‘Wie knellende patronen wil doorbreken, moet drie vragen beantwoorden: wat is het patroon waarin ik terecht ben gekomen; wat wil ik bereiken, en wat moet ik doen om dat patroon te doorbreken? Dat vereist oefening.’

Een knellend patroon hoeft niet altijd gepaard te gaan met negatief gedrag. Een vrouw uit de zaal noemt het voorbeeld van een collega die zich ondersteunend opstelde, waardoor zij zelf steeds weer in de rol van helper werd geduwd. ‘Dat is allemaal best leuk en gezellig, maar op een gegeven moment moet het ophouden. Ik heb deze collega aangegeven dat het belangrijk is het werk zelf te doen. Dat heeft gewerkt’, aldus de vrouw, die van ‘helper’ in ‘grenzensteller’ veranderde. Van Dijk prijst haar voor de moed om zich uit te spreken. ‘Wij hebben allemaal te maken met volwassen mensen. Die kunnen best tegen een stootje.’