‘Bedrijven maken veel fouten met douaneaangiftes’

Met tien tot vijftien procent van de douaneaangiftes in Nederland is ‘iets’ aan de hand. Vaak gaat het om bedrijven die onbewust fouten maken omdat ze hun data niet op orde hebben. Daardoor maken ze bij exportzendingen fouten in het classificeren van producten. Dit stelt Richard Groenendijk, algemeen directeur van de Duitse softwareleverancier AEB tijdens een persbijeenkomst op 19 juni 2015. ‘Veel bedrijven laten hun aangiftes doen door personen die daarvoor niet zijn opgeleid. Niet vreemd, want er zijn weinig opleidingen op dit gebied.’

Door Marcel te Lindert

De meeste bedrijven vertrouwen op de kennis en ervaring van de expediteurs die ze inhuren om hun exportzendingen te organiseren. Zij mogen douaneaangiftes voor derden verzorgen, maar de exporterende bedrijven blijven aansprakelijk. Volgens Groenendijk is het daarom niet verstandig om blindelings op een expediteur te vertrouwen. Hij noemt het voorbeeld van een bedrijf dat erachter is gekomen dat de expediteur structureel fouten in de aangiftes maakte. ‘Het blijkt dat de producten steevast onjuist geclassificeerd zijn waardoor geen exportvergunning aangevraagd hoefde te worden, terwijl dat eigenlijk wel nodig was. Dit bedrijf is nu bezig om zijn exportprocessen opnieuw te organiseren.’

Zwarte lijst

AEB, leverancier van supply chain-oplossingen voor visibility, order management, douaneaangiftes en compliance management, signaleert een toenemende belangstelling voor compliance-oplossingen nu de afgelopen jaren de onrust in de wereld en de daaruit voortvloeiende sancties zijn toegenomen. Binnen AEB hebben vijf juristen een dagtaak aan het bijwerken van onder meer de Europese, Amerikaanse, Japanse en Australische lijsten met namen van landen, organisaties en personen inclusief alle aliassen waarmee geen zaken mogen worden gedaan.

Groenendijk wijst op de risico’s bij overtreding van de exportbeperkingen. ‘De Nederlandse overheid kan boetes opleggen die kunnen oplopen tot 460.000 euro. Daarnaast kan een claim worden gelegd op het ‘wederrechtelijk verkregen voordeel. Ook lopen bedrijven kans om zelf op een zwarte lijst te belanden’, aldus Groenendijk. Hij verwijst naar een Europees bedrijf dat tien jaar geleden op de Amerikaanse zwarte lijst belandde, daardoor zijn omzet flink zag kelderen en vierduizend mensen op straat moest zetten.

NSA

Groenendijk merkt tegelijkertijd dat bedrijven een stuk voorzichtiger zijn geworden na alle ophef over de praktijken van de Amerikaanse spionagedienst NSA. ‘Bedrijven die hun exportzendingen laten screenen door een compliance-oplossing die op een server in Amerika draait, moeten toestaan dat de NSA meekijkt. Leveranciers van compliance-oplossingen in Amerika hebben de plicht om verdachte zendingen te melden.’

Zelfs bedrijven in Europa met Amerikaanse wortels gaan daarom steeds vaker bewust op zoek naar Europese compliance-specialisten. AEB heeft zijn twee servers voor cloudoplossingen in Duitsland staan. Groenendijk: ‘In Duitsland bestaat die meldplicht niet. Daar is de wetgeving als het gaat om beveiliging van data nog strenger dan hier.’