Arthur van Bergen voelt zich thuis bij familiebedrijven

Arthur van Bergen stapt als Supply Chain Manager over van Bosal naar familiebedrijf Koninklijke Van Puijenbroek Textiel. ‘Wat me aantrekt aan familiebedrijven is dat het belang voor de lange termijn centraal staat om de continuïteit van de onderneming te garanderen. Ook is belangrijk dat ik een substantiële bijdrage kan leveren aan de ambitie van een bedrijf.’

Lees het interview met Arthur van Bergen.

 

 

WAT GA JE BIJ VAN PUIJENBROEK DOEN?

‘Van Puijenbroek Textiel is een familiebedrijf dat een verdubbeling van omzet wil realiseren in de komende vijf jaar. Het bedrijf is nu nog functioneel ingericht, maar het moet een procesgeoriënteerd bedrijf worden. Ze zochten iemand die mensen van verschillende afdelingen kan laten samenwerken; iemand die een supply chain-strategie kan ontwikkelen en implementeren. Dit leidt tot vraagstukken als: Gaan we zo goedkoop mogelijk inkopen? Of kiezen we wat het beste is voor de hele keten? Om te zien wat de impact van dit soort keuzes is, moet je outside-in denken. Dat begint bij de klantbehoefte en van daaruit ga je de hele keten inrichten. Tegelijkertijd dien ik de operatie draaiend te houden. Tijdens de verbouwing blijft de winkel gewoon open.’

WAT HEB JIJ MET FAMILIEBEDRIJVEN?

‘Dat het een nieuwe functie betrof binnen een familiebedrijf, was voor mij de aanleiding om te solliciteren. Wat me aantrekt aan familiebedrijven is dat het belang voor de lange termijn centraal staat om de continuïteit van de onderneming te garanderen. Immers, het bedrijf moet er ook over honderd jaar ook nog zijn. Daarvoor moet het aantrekkelijk zijn om er te werken. Ook zijn de mensen die er werken trots op het bedrijf en dat uit zich in ambitie. In de vacature van BLMC, die het recruitment op zich nam, spatte de ambitie van Van Puijenbroek om te groeien ervan af. Bij Van Puijenbroek zit nu de vijfde generatie in de directie. Door de jaren heen heeft de familie het bedrijf gemaakt tot wat het nu is. Er waait nu een nieuwe wind door de nieuwe generatie, maar daarmee gooi je het oude niet weg.’

JE FUNCTIEBENAMING LIJKT NIET TE GROEIEN?

‘Het klopt dat ik vaak de rol van supply chain manager heb aangenomen. Wat voor mij belangrijk is, is dat ik een substantiële bijdrage kan leveren aan de ambitie van een bedrijf. Ik breng een brok ervaring mee die ik in de praktijk kan brengen. Door horizontaal te switchen word ik niet gehinderd door enige voorkennis van de industrie. Die verdieping komt later wel; je moet immers wel weten aan welke knoppen je moet draaien. Maar hoe het dan verder heet, vind ik niet zo relevant. Het gaat mij om de inhoud van de functie en ik moet me thuis voelen bij het bedrijf. Dat gevoel heb je in een gesprek. Dat er geen groei in de benamingsfunctie zit, vind ik niet zo belangrijk.’