De afgelopen week gonsde het in het logistieke wereldje van de angst voor een Double Dip in de economie. De Nederlandse logistieke trendwatcher Walther Ploos van Amstel gaf zijn recente blog de titel ‘Vliegangst en de double dip’. En Jaap van Ede, businessjournalist en initiatiefnemer van procesverbeteren.nl, haalde zelfs een recent artikel van logistiek goeroe Eli Goldratt aan met de waarschuwing voor toeleveranciers dat zij niet te snel moeten investeren in (over)capaciteit. Deze visies hebben alles te maken met het welbekende opslingereffect in de supply chain.
Wij supply chain professionals kennen het beruchte opslingereffect, maar waarom kunnen we er nog steeds niet op anticiperen? Vorige week had ik een discussie hierover (aan het diner voorafgaand aan onze zeer geslaagde Supply Chain Classic Car Rally). Een tafelgenoot zei dat de Purchasing Managers’ Index (PMI) volgens de TU Eindhoven een goede voorspeller van de economie is. De Nederlandse inkoopvereniging NEVI laat elke maand zo’n 300 inkoopmanagers in Nederland een ‘eenvoudige’ enquête invullen, die resulteert in een rapportcijfer die iets zou zeggen over hoe we er economisch voor staan. De kritiek van tafelgenoot Gerard Ekhart was dat deze index wordt samengesteld door te weinig inkoopmanagers om iets te kunnen zeggen over alle individuele industrieën. Hij vroeg zich verder af waarom er geen Sales Managers Index bestaat of een Logistics Managers Index.
Het denken in supply chains zit er nog lang niet in bij economen, heb ik al gezien. De economen hebben het de ene keer over het consumentenvertrouwen en dan weer over de productie en de orderportefeuille van industrie. Over de onderlinge samenhang durven ze niets te zeggen. Economen denken in mijn ogen nog steeds in de door supply chain professionals verfoeide silo’s van schakels in de keten.
Afgelopen week ging ik ’s avonds met de collectebus langs de deuren in mijn buurt om geld in te zamelen voor de Nierstichting. Voor mij zijn de donaties een goede graadmeter hoe de consument denkt over de economie. Aangezien ik in een buurt collecteer met uiteenlopende types huizen, van huurhuis tot kasteeltje, denk ik dat mijn steekproef redelijk representatief is. Als ik de donaties vergelijk met die in de afgelopen jaren, dan denk ik dat we economisch gezien het ergste wel hebben gehad. Mensen geven weer briefjes van vijf euro en meerdere munten van twee euro. Een positief verschil ten opzichte van vorige jaar.
Dat we nog zeker niet terug zijn op het niveau van twee jaar geleden leid ik af aan de donaties voor het goede doel tijdens onze Supply Chain Classic Car Rally. Twee jaar geleden hadden de deelnemers bij elkaar tienduizend euro gedoneerd voor het goede doel, toen stichting KiKa. Dit jaar bleef de teller net steken op iets onder de zesduizend euro voor het Wereld Natuur Fonds. Het is een verschil, maar een jaar geleden hebben we de rally vanwege de economische crisis, af te leiden uit het beperkte aantal sponsors en deelnemers, moeten afblazen. Volgens mij is een goede indicator voor de Nederlandse economie hoeveel consumenten en bedrijven doneren aan goede doelen. Misschien kunnen economen daar eens naar kijken.
ir. Martijn Lofvers
hoofdredacteur Supply Chain Magazine
martijn.lofvers@supplychainmedia.nl





Inventory Management
Supply Chain Consulting
DSV Solutions
Involvation
MP Objects
Recruitment & Consultancy
SAS, leverancier van business intelligence
Fouth Party Logistics (4PL) Freight & Carrier Management
Goodman
KPMG
Supply Chain Optimization
Groenwout
Riverland
Auto-ID & RFID
Dossier Ketenversnelling
Dossier Supply Chain Consultancy
Duurzaamheid, retourlogistiek & Cradle-to-cradle
ERP & supply chain software
Lean en Six Sigma
Logistiek & industrieel vastgoed
Logistiek dienstverlening
Oost-Europa & Turkije
Risk management & security
Sales & Operations Planning
Sourcing & procurement
Voorraadmanagement
Werkkapitaal & supply chain finance
Inkopers-Cafe
onderzoek van DPA Supply Chain
De vacaturesite voor SCM'ers
Supply Chain Movement
Supply Chain Professional
Column op logistiek.nl (22 september 2010)
Jack van der Veen: Dubbele Dip en Opslingereffect
De afgelopen tijd werden de economische analyses en de beurskoersen beheerst door de vraag: komt er een “dubbele dip” of toch niet? Het is interessant om parallellen te trekken met een fenomeen dat al veel te lang onze supply chains beheerst: de opslingereffecten.
De angst voor de dubbele dip (een tweede periode van economische krimp) zit er flink in. Na de diepe crises die september 2008 insloeg, zijn de beurskoersen sinds maart 2009 weer flink omhoog geklommen. Die groei stagneert nu, en de vraag is: hoe gaat het verder? De vrees voor de dubbele dip komt vooral voort uit het feit dat overheden in 2008 en 2009 met gigantische financiële injecties de economie hebben gestimuleerd, maar dat die zelfde overheden nu zo langzamerhand de rekening daarvoor moeten gaan betalen en dus gaan bezuinigingen. En dat in een situatie waar de consumentenbestedingen nog niet echt willen aantrekken.
De crisis heeft ook onze sector flink geraakt. Een onthutsende constatering was dat, ondanks alle lessen die we de laatste decennia hebben geleerd over hoe ketens beter kunnen samenwerken, het opslingereffect zich weer volop liet zien. Zelfs de automotive sector, toch vaak geprezen als een schoolvoorbeeld van geïntegreerde ketens, ontkwam niet aan de ellende. Daar waar de vraaguitval aan het eind van de keten (zeg vrachtauto’s) zo’n 30% was, bleek de vraaguitval aan het begin van de keten (onderdelen voor componenten van de vrachtauto’s) soms wel 80% te zijn. De gevolgen laten zich raden. Een vraaguitval van 30% is al een enorme schok voor een organisatie, maar als de vraaguitval 80% bedraagt dan voelt dat als een moordaanslag. Wie ooit het vermaarde ‘bierspel’ heeft gespeeld herkent deze situatie onmiddellijk als het opslingereffect
In een ‘klassiek’ artikel uit 1997 beschrijven Lee et al. de belangrijkste oorzaken van het opslingereffect.
Het meest relevant voor de huidige situatie is het zogenaamde ‘demand forecast updating’: de leverancier maakt een voorspeling van de vraag van zijn klant en plaatst op basis van deze voorspelling en de eigen voorraadsituatie een bestelling bij zijn toeleverancier.
Simpel gezegd: als jouw klantvraag met 30% terugloopt en je voor een maand voorraad wilt aanhouden dan kan die voorraad dus ook lager en dus bestel je niet 30% minder, maar bijvoorbeeld 40% minder bij jouw leverancier. Dat lijkt verstandig, maar het gevolg van deze praktijk is dat de vraag aan het begin van de keten totaal uit de pas loopt met de vraag van de eindgebruikers aan het eind van de keten.
Ook in de supply chain geldt “elk nadeel heb zijn voordeel”. Als de consumentenvraag weer aantrekt dan zullen door het opslingereffect de bedrijven aan het begin van de keten daar extra van profiteren.
Dit fenomeen werd door collega Jan Fransoo beschreven in een spraakmakend opinieartikel in NRC Handelsblad onder de kop “de economie herstelt nu snel”. Gezien de aantrekkende transportmarkt en cijfers van de NEVI inkopersindex lijkt het aannemelijk dat dit nu precies is wat er op dit moment gebeurt .Komt er een dubbele dip of toch niet? Moeilijk te zeggen. Ook hier geldt: voorspellen is moeilijk. Echter, vanuit de supply chain professie geredeneerd is er echter maar één ding waar we op moeten letten: de vraag bij de eindgebruikers. Alle andere indicatoren zijn irrelevant en misleidend.
Zie:
http://www.logistiek.nl/columns/id13151-Dubbele_Dip_en_Opslingereffecten.html