Hollandse aanpak verwordt tot Franse slag

04/7/2011 at 3:17 pm | Marieke | Geen reacties

Bas BouwmanIn de afgelopen twee maanden ben ik actief bezig geweest met het auditen contract compliance van maincontractors in de petrochemische industrie. Ik heb dit samen gedaan met Amerikaanse collega’s die voornamelijk actief zijn in de olie-industrie. Gedurende die periode leer je niet alleen veel van de eigenaardigheden van je eigen cultuur, zoals het verplichte kopje koffie aan het begin van ieder gesprek,  maar je komt een aantal zaken tegen die mijn ogen hebben geopend.

Hoe complexer een opdracht hoe eerder wij Nederlanders  genegen zijn om als inkopende partij een projectprijs af te spreken, een lump sum,  waarvoor de maincontractor de klus moet klaren. De algemene gedachte is dat als de leverancier het slimmer weet te doen waardoor hij meer winst kan maken dit prima is, zolang de klus maar de geklaard wordt. Hier schuilt echter een groot gevaar. Om dit gevaar duidelijk te kunnen maken moeten we eerst in meer detail kennis nemen van dit soort contracten.

Meestal is het zo dat contractueel is afgesproken hoeveel winst de maincontractor mag maken en hoeveel procent overheadkosten in rekening mogen worden gebracht. Daarnaast is er een tariefstructuur die het mogelijk maakt om op basis van eenheden, bijvoorbeeld per strekkende meter steiger, de kosten te berekenen. Het tarief omvat daarmee menskracht, materiaal, gereedschap, kosten voor overhead en een percentage winst. Een eenvoudig rekensommetje uit het voorbeeld voor steigerbouw: aantal strekkende meters maal het tarief geeft de projectprijs.

Als het nu mooi weer is kan de steigerbouwer lekker doorwerken. Maar als het gesneeuwd heeft dan ligt de steigerbouw stil. Aangezien het project voor rekening en risico is van de maincontractor is er niets mis met deze vorm van winst en verlies. Het addertje zit ergens anders en het waren mijn Amerikaanse collega’s, gesterkt door hun negatieve ervaringen met het olielek in de Golf, die mij hier op wezen. Het draait om veiligheid.

Als de tarieven vastliggen en de percentages voor overhead en winst op bijvoorbeeld respectievelijk 8 en 7 procent liggen, dan  moet 85 procent toegevoegde waarde zijn voor de opdrachtgever. Als een maincontractor bijvoorbeeld minder kosten maakt door personeel geen veiligheidsbonussen uit te betalen of goedkoper, minder gekwalificeerd, personeel van de straat haalt dan is er sprake van ‘verborgen’ winst maar vooral ook van een potentieel veiligheidsrisico. Amerikanen hebben hier een prachtige uitdrukking voor: ´If you pay peanuts, you get monkeys.´ Nou klinkt dat aantrekkelijk bij steigerbouw, aapjes, maar behalve dat het grappig klinkt, kan de werkelijkheid als je dit voorbeeld doortrekt naar de impact die veiligheidsrisico’s met zich meebrengen wel eens heel vervelend in de aap gelogeerd zijn.

De Hollandse aanpak waar gezond ondernemerschap altijd gewaardeerd wordt, kent dus een serieuze schaduwzijde. In een wereld waar steeds meer nationaliteiten gezamenlijk werken is het beter om niet te vervallen tot een Franse slag waar een gedegen aandacht voor veiligheid issues in het gedrang komt. Een houding waarbij het is toegestaan extra winst op tarieven te maken is daarmee een doodzonde.

Bas Bouwman is partner bij Coppa, adviesbureau voor SCM
(Af)reageren? Bas.Bouwman@coppa.nl

  • Digg
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Hyves
  • LinkedIn
  • Twitter
Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Reacties zijn gesloten.