‘De appel en de boom’

09/27/2011 at 2:05 pm | Marieke | Geen reacties

Al jaar en dag is het bij mij traditie dat ik de eerste dag van mijn vakantie een bezoek breng aan de boekhandel om eens heerlijk rond te neuzen, te bladeren, te lezen om vervolgens met een paar mooie boeken ‘echt’ op vakantie te kunnen gaan.
Dit jaar viel direct mijn oog op de schrijver van het boek ‘De appel en de boom’,  René Kahn, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit Utrecht, hoofd van de afdeling psychiatrie aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht en lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen.

Erfelijkheid is de dominante factor
Tijdens de televisieserie ‘Kijken in de Ziel’ over, in dit geval, toonaangevende psychiaters in Nederland, had ik Kahn diverse keren voorbij zien komen. Zijn visies en meningen waren me bijgebleven. Hij was altijd behoorlijk stellig in zijn uitspraken en legde, bij het verklaren van menselijk gedrag, vooral het accent op aanleg en erfelijkheid.

Wisselwerking tussen aanleg en omgeving
Nu las ik, tot mijn verbazing: ‘René Kahn laat aan de hand van de nieuwste inzichten overtuigend zien dat ons gedrag, denken en voelen, net als lichamelijke ziektes en eigenschappen, worden bepaald door een wisselwerking tussen aanleg en omgeving.’ (citaat achterflap van het boek).

Halleluja, dacht ik.

Helaas kan ik niet alles vermelden maar de conclusies die in de diverse hoofdstukken voorbij komen, liegen er niet om.  Kahn heeft wetenschappelijk onderzoek uit de hele wereld bestudeerd en schrijft o.a. over de invloed van de omgeving op intelligentie, verslaving, agressie, dementie, depressie in relatie tot erfelijkheid. Kort een paar opmerkelijke zaken op een rijtje.

Over agressie schrijft hij:
‘Kinderen die het ongeluk hebben genetisch overgevoelig te zijn voor afwijzing en die dit in hun jeugd herhaaldelijk hebben ervaren, (mishandeld worden door  je ouders lijkt me wel als zodanig te kwalificeren), zullen nog eens extra gevoelig worden voor (vermeende)  afwijzing. Dat het MAO-genotype er ook nog eens toe bijdraagt dat hun lontje erg kort is, maakt het geheel tot een licht ontvlambaar mengsel. En zo ontstaan door de combinatie van genetische kwetsbaarheid en een extreme omgevingsfactor, mensen met een verhoogd risico op gewelddadig en agressief gedrag.’(pagina 48-49).

Deze conclusie over dementie wil ik u niet onthouden:
‘Zelfs een zo minimale inspanning als twee keer per week 30 minuten fitness of sport bedrijven kan het genetisch risico voor het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer geheel teniet doen!’ (pagina 163).

De conclusie over intelligentie is, in mijn stellige overtuiging, direct te vertalen naar de wereld van de supply chain:
‘Onze erfelijk bepaalde potentie tot intelligentie kan zich alleen ontwikkelen in een omgeving die daar de gelegenheid  toe schept’ (pagina 69).  

Zo kan iemand als gevolg van erfelijkheid hoogbegaafd zijn en bijvoorbeeld toch een lagere opleiding volgen. Door het ontbreken van een stimulerende omgeving komt die intelligentie onvoldoende tot bloei.

En in de supply chain moeten we het naast competenties, zoals goede communicatieve vaardigheden en het vermogen mensen met elkaar te verbinden, hebben van ons intellectueel vermogen.

Managers van toen moeten het talent van nu ontwikkelen
Maar is de manager van nu, bent u,  in staat de juiste omgeving te creëren waardoor de in potentie aanwezige supply chain  intelligentie tot bloei kan komen?

Het talent van nu gaat, naast het willen aangaan van intellectuele uitdagingen, voor EQ en ja, ook het SQ, de spirituele coëfficiënt.

Onlangs heb ik een masterclasss, georganiseerd door Stichting Wereldbanen, van Rob Blomme bijgewoond. Hij is leerstoelhouder van het Center Leadership & Personal Development aan de Nyenrode Business Universiteit. Rob geeft simpele handvaten:

1.Transactioneel niveau
Op dit niveau vinden transacties plaats die het werken in zijn algemeenheid mogelijk moet maken. Simpel gezegd ‘we gaan een klus doen en spreken het volgende af om het mogelijk te maken dat we die klus succesvol met elkaar kunnen afronden’. Logisch dat op dit niveau een organisatie, een leider zijn zaakjes voor elkaar moet hebben, zo niet, dan komen de leider en zijn talent niet toe aan het volgende niveau en wel het:

2.Transformationeel niveau
Op dit niveau maken leider en talent echt contact met elkaar. Het gaat om het hebben en geven van persoonlijke aandacht, interesse, mensgericht zijn. En voor de duidelijkheid, dit is geen trucje. Niet mensgerichte leiders kunnen dit niet en moeten er ook niet aan beginnen. Het talent van nu prikt er namelijk zo doorheen. Uiteindelijk komen we op het laatste niveau en wel het niveau van het:

3.Inspireren
Op dit niveau gaat het om het bevestigen van persoonlijke overtuigingen van het talent en het realiseren van zijn of haar dromen. Wellicht zelfs de essentie van het leven. Maar dat gaat wel heel ver. De leider van nu die het talent van vandaag op dit niveau weet te inspireren, is zelf een talent.

Vrij vertaald is het transformationeel niveau vooral gericht op het ontwikkelen van het EQ en het laatste niveau wellicht op het ontwikkelen van het SQ.

Ik kan me heel goed voorstellen dat u wel eens een zucht slaakt in de trant van ‘het kost me al moeite om het allemaal te begrijpen laat staan om het toe te passen. Toch is het meedoen of afhaken want het talent van nu zal, of u het nu leuk vindt of niet,  uiteindelijk het succes van ‘uw’ supply chain bepalen.

En voor de mensen die het echt niet meer zien zitten, René  Kahn is een gerespecteerd en gerenommeerd psychiater, wellicht heeft hij nog ruimte.

Michel van Buren is directeur van BLMC
Reacties: mvanburen@blmc.nl

  • Digg
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Hyves
  • LinkedIn
  • Twitter
Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Reacties zijn gesloten.